
“Das Leben ist grausam und Klaus ist ein Schwein.”
(uit een liedje dat voortdurend op de radio te horen was)
Bij Budget-Rent A Car kun je heel makkelijk een auto huren, dat zegt de folder tenminste. Voor een Turkse Nederlander blijkt dat wat moeilijker te zijn. “Heb je een paspoort en rijbewijs? Heb je een referentie?” Het mens begon zelfs de opgegeven referentie op te bellen, met de vraag of zo’n Turk wel te vertrouwen was. De Turk bleek te voldoen aan de criteria, maar zelf was ze nog niet overtuigd. “Waar gaan jullie naar toe?” Ze zag ons fröbelen met een kaart van voormalig Oost-Duitsland. “Berlijn,” stamelden we. Het mens: “Daar, in Oost-Duitsland, worden veel auto’s gestolen, het is namelijk achtergebleven gebied.” Wij: “Bestaat Oost-Duitsland dan nog?” We kregen nog een waarschuwingsstickertje mee, dat vertelde dat wij niet buiten EG-gebied mochten komen. ‘De kut’ – zoals een lid van ons reisgezelschap haar inmiddels was gaan noemen – wist blijkbaar nog niet dat Oost-Duitsland ook bij de EG hoorde. Na drie kwartier formaliteiten konden we eindelijk vertrekken met vier personen (carpoolend) in een niet-gewassen Opel Vectra. Op naar het achtergebleven gebied!
Herleshausen
Aan de voormalige grens tussen Oost en West maken we een stop in het plaatsje Herleshausen. Trabant en BMW staan broederlijk naast elkaar voor de Imbiss waar wij een halbes Hänchen verorberen. Wat ons opviel was de aloude Duitse Gemütlichkeit – niemand zei een woord. Duitsers eten en drinken zwijgend. Das leben ist – immers – grausam.
Leipzig
Plankgas met 180 (wij passen ons aan aan het Duitse verkeer) over de nog door Hitler aangelegde Duitse Autobahnen verder naar Leipzig. “Die Fahrbahn ist ein graues Band. Weiße Streifen, grüner Rand.”1 Rokende pijpen – in en buiten de auto – duiden de komst van een stad aan. Leipzig.
Leipzig is snel te karaktiseren: mooie gebouwen, tramrails, kinderkopjes en alcoholisten. We rijden direct naar het kraakpand in de Feuerbachstrasse 16, waar een Duitslandstudiesstudente op ons staat te wachten. We gaan meteen de stad in, naar de voormalige Karl Marx-universiteit, het hoogste gebouw van de stad. In de kantine mensaprijzen, maar met meer aanbod. We bezoeken het gebouw van het Gewandhausorchester, waar een voorstelling aan de gang is en we dus eigenlijk niet binnen mogen. Als we tegen de suppoost zeggen dat we geïnteresseerd zijn in architectuur, mogen we een blik werpen op het interieur. Het Gewandhausorchester werd in 1743 door Leipziger kooplieden gesticht.2 Het gebouw ziet er van binnen heel aardig uit. Op een verdieping was een tentoonstelling over de muzikanten en componisten die zich ooit in Leipzig ophielden.
Na dit intermezzo terug in het grausame leven van Leipzig. Allereerst de veelal door studenten gefrequenteerde kelders bij de universiteit, waar een verlichte geest een café blijkt te hebben gevestigd. Het was daar net zo gezellig als in Herleshausen. Snel weer weg, naar het grootste kopstation van Europa. Want: “Everybody loves the sound of the train in the distance. Everybody thinks it’s true.”3 Na observaties van stoomafblazende treinen, zwerven we door de ijskoude Leipziger nacht op zoek naar vertier voor onze verwende en vermoeide Westerse geesten. Na doorgewarmd te zijn op een luchtrooster vinden we uiteindelijk een schuilplaats. Het Bachmuseum, dat geen museum blijkt te zijn, maar een Kneipe met avant-gardistische live-muziek waarvoor Bach zich van een flatgebouw gestort zou hebben. Drink geen whisky in Duitse kroegen, twee centiliter = zes mark. Pas om twee uur komen we terug in het kraakpand, waar ze ons al uren eerder verwacht hadden. De jonge jenever is een laatste herinnering aan Holland, en daarom misschien wel zo snel op.
Stasi
Na het ontbijt om één uur, lunchen we een half uur later in de McDonald’s. Daar blijkt dat de Stasi nog steeds aanwezig is, nu om rokers aan te geven bij het personeel. Met de tram naar het Volkernslachtdenkmal. Een tamelijk omvangrijke herinnering aan de Napoleontische nederlaag van 1813 alhier. Een imposant bouwwerk, een groot uitgevallen klokketoren met een kunstmatig aangelegd meer ervoor. Sociaal-realistische beelden, alhoewel dat eigenlijk niet kan, omdat het monument in 1913 werd opgericht. Eigenlijk waren er niet toe in staat, maar toch moesten alle trappen naar boven beklommen worden. Met onze neus in de bruinkoollucht genieten we van het uitzicht, terwijl de rokers onder ons amechtig hijgend bij de trap neerzitten.
Terug met de tram, stappen we uit bij het Paleis van Justitie waar Dimitrov en Marinus van der Lubbe berecht werden wegens hun aandeel in de Rijksdagbrand. Het hooggerechtshof in Leipzig liet de communistische verdachten vrij omdat de aanklager niet kon bewijzen dat er verbanden bestonden tussen hen en Van der Lubbe. Speciaal voor Rinus werd een wet ontworpen die met terugwerkende kracht voorzag in de doodstraf door ophanging voor brandstichting.
Dresden
“Das heraufdämmernde Licht des 14. Februar 1945 erhellte nur noch eine glühende, qualmende Brandstätte an der Elbe, da, wo am Vortage Dresden gewesen war.”4
Jonn achterlatend in Leipzig vertrekken we naar Dresden, in euforie over het feit dat onze auto nog niet gestolen is. Natuurlijk vergeten we te tanken. Het gehalte benzine-stations is nog niet gleichgeschaltet met het niveau van West. Onze geplande overnachting op de vluchtstrook ging helaas niet door bij gebrek aan vluchtstrook en de last-minute-escape van toch een Tankstelle.
In Dresden waren alle echte hotels vol of te duur. Na vier uur zoeken restte ons niets anders dan het Jugendheim. Om daar binnen te mogen moesten we zelfs lid worden van het Deutsches Jugendherbergswerk. We begonnen ons weer jong te voelen, vooral bij het ontbijt, waar het er op neer kwam dat je moest klauen aan eten, wat je klauen kon.
Dresden doet iedereen denken aan het bombardement op. Nu worden de ruïnes opgebouwd. Die opbouw symboliseert de vereniging met West en de vernietiging van het verleden. Tot nu toe fungeerden die ruïnes als Mahndenkmal, nu vervult alleen de kerk met een fototentoonstelling over de oorlogsgeschiedenis die functie. Het leukste gebouw van Dresden is naar onze mening de moskee die tot voor kort een sigarettenfabriek huisvestte. De fabriek werd in de moskee ondergebracht om het stadsbeeld niet te verstoren. De fabriekspijp werd in de minaret gestopt. Een koude wind doet de bezoeker huiveren, een goederentrein ratelt langs en voor het fabrieksgebouw (waarvan geen ruit meer heel is) staat een glanzende BMW als symbool van vooruitgang.
Natuurlijk volgt een bezoek aan het volgens onze reisgids ‘wereldberoemde’ Zwinger, een soort paleis gebouwd door mensen die nog niet wisten dat ze tot de barok zouden gaan behoren. Genoemde reisgids laat ons lelijk in de steek door te vermelden dat het wereldberoemde Zwinger te omvangrijk is om er nader op in te gaan. Er zit dan ook niets anders op dan door een doorsnee Oostduitse woonwijk terug te keren naar de Vectra (Leitmotiv in dit verhaal), en met gezwinde spoed over de betonnen Autobahn naar Berlijn te rammelen. Dat de weg weer uit betonnen platen zou bestaan vermeldde de kaart niet. “Jetzt schalten wir das Radio an. Aus dem Lautsprecher klingt es dann. Wir fahren auf der Autobahn.”5
Berlijn
De hemel boven Berlijn is even grausam als de hemelen boven de overige Oostduitse steden. Ditmaal is onze daadkracht zodanig dat we onmiddelijk een centraal gelegen jeugdherberg regelen, en in no-time gereed zijn de zoveelste wereldstad te aanschouwen.
Natuurlijk betalen we voor snel en goedkoop onderdak een prijs. Als gevorderde twintiger betrapt worden op een fles Asbach Uralt (und man fühlt sich wohl) verborgen onder je trui op een brandtrap van een jeugdherberg is geen pretje. Dat Rauchen ook nog eens Verboten is, en dat de gast voor twaalf uur binnen moet zijn zorgt ervoor, dat deze jeugdherberg ongetwijfeld de laatste zal zijn in onze carrière.
Vanuit ons Jugendheim is het vijf minuten lopen naar de Potsdamer Platz. “God, wat is die Potsdamer Platz lelijk geworden,” klinkt het in koor. Een snelweg er doorheen, en binnenkort is dit hele plein volgebouwd met door het grootkapitaal geconstitueerde gebouwen. Bij het Brandenburger Tor staan nu twee door de EG bekostigde fonteinen, die het ’s nachts niet eens doen.
Trots wapperde de Einheits-vlag bij het Reichtagsgebaüde. Lenin staat nog steeds in de tuin van de Russische ambassade aan Unter der Linden. Op de Alexanderplatz verzamelt zich een menigte daklozen, als protest tegen het daklozenbeleid van de stad Berlijn. Wij hadden ook honger en togen derhalve naar de Fernsehturm. Vijf mark alleen al om boven te komen, en daarna – al draaiende – decadent dineren op 207 meter hoogte. East meets West in a superb view. Buikje rond, en weer beneden in 21 seconden. Daar kun je niet voor springen. En met gratis liftboy.
Uit nostalgische overwegingen togen we naar het voormalige Oost-Duitse filmtheater Babylon, de beste bioscoop van Berlijn, waarvan helaas het dak was ingestort. Einstürzende Altbauten. Exit Babylon, enter Oranienburgerstrasse. Daar bevindt zich namelijk de alternatieve, avant-gardistische scene van Berlijn. In de achtertuin een bonte verzameling schrootkunst, variërend van een half verzonken bus in de aarde tot een traumatiserende televisieantenne. We avant-garderen mee in het café op de tweede verdieping van het kraakpand. Met Budweiser. Kunst aan de wanden. Oude lullen kopen moderne kunst in een poging indruk te maken op het iets te jonge wicht dat ze bij zich hebben.
De museumdag
De Nationalgalerie waar je in elke zaal naar je kaartje wordt gevraagd – Ordnung muss sein! – met fantastische foto’s van watertorens. Alle mooie schilderijen waren helaas opgeborgen.
Op zoek naar de bunker van Hitler, belandden we per toeval in de Topographie des Terrors, vlakbij het Gropiusgebaüde. Toen werd het stil. Een tentoonstelling die de gruweldaden van het Reichssicherheitshauptamt, SS en de Gestapo bloot legt.6 Een Duitse merkte bij de ingang van de expositie op dat die Turken zich maar aan moeten passen aan het Duitse onderwijs, daarmee de Zeitgeist treffend aangevend.
Daarna het Museuminsel. Te beginnen met het Pergamonmuseum, waar het fantastische Zeusaltaar staat, wat daar eigenlijk niet hoort. Niet voor niets zagen we in Bergama (het oorspronkelijke Pergamon in Klein-Azië) bussen rijden met het opschrift: “Wij willen het Zeus-altaar terug.” Het schijnt dat de Duitse regering heeft toegezegd het altaar voor het jaar 2000 terug te zullen zenden. Heel veel Nederlanders te zien ook in het Pergamonmuseum, voorzien van gids-walkman. Lang leve het isolationisme!
Op de Marx-Engelsplatz is naast het voormalige Oostduitse asbestparlement het oude Pruissische slot wat hier vroeger stond, weer tot leven gebracht. Met steigers en plastic is de buitenkant weer opgetrokken door een lobby-groep die het wil herbouwen. Daartoe is er binnen een tentoonstelling ingericht, om bezoekers te winnen voor dit plan. Een expositie die nu echter gesloten is, wegens instortingsgevaar. Haha!
Een soortgelijke expositie over het ‘nieuwe’ Berlijn is te vinden op de Alexanderplatz. Deze oerlelijke betonnen vlakte – die toch ergens wel ‘mooi’ is – moet wijken voor megalomane wolkenkrabbers. Dat betekent ook dat het oude metrostation waar Fassbinder scènes voor zijn Berlin Alexanderplatz opnam, zal moeten verdwijnen. Waarom kunnen al die trendy architecten niet met hun tengels van Berlijn afblijven!
De erfenis van het Derde Rijk
Bij het Olympiastadion viel op dat er lelijk groen geverfde steunbalken bevestigd waren. Het voor de Olympische Spelen van 1936 gebouwde stadion lijdt waarschijnlijk aan betonrot. Maar ja, Berlijn heeft de race om de Olympiade van 2000 toch verloren. Vanaf de 78 meter hoge Glockenturm van het stadion heb je een mooi maar koud overzicht over het Olympiagelände. Even verderop ligt als stille getuige het S-Bahnhof Olympiastadion waar nu slechts een kunstenaar zijn atelier heeft.
Op zoek naar meer isolationisme bereiken we het aanpalende flatgebouw van Le Corbusier. Een als geheel zelfvoorzienend bedoelde enclave in een groene omgeving waar je in het bijbehorende postkantoortje Nederlandse postcheques in kunt wisselen.
Verder naar Spandau, met een rotgang langs de Zitadelle en de gevangenis in de Wilhelmstrasse waar Hess gevangen zat. Langs de Wannsee naar het schiereiland Schwanewerder. Aldaar zoeken we naar de villa die Göring bewoonde. Nergens een plaquette te zien, ook niet voor de socialist Parvus die in de jaren twintig dezelfde villa bewoonde.
Aan de overkant van het water ligt Am Grossen Wannsee 56-58 het Haus der Wannsee-Konferenz. Vijftig jaar na die conferentie over de Endlösung van de Europese joden werd in 1992 een bijzonder boeiend museum geopend.7
Over de Glienickebrücke (bekend figurant uit spionagefilms, omdat hier tijdens de Koude Oorlog spionnen werden geruild) naar Potsdam. In Potsdam was een ware wildgroei aan paleizen te bespeuren. Aangezien het inmiddels donker was geworden, besloten we een dag later terug te komen.
Weimar
Potsdam bleek bij daglicht nog meer paleizen te hebben. We bezochten de zomerresidentie Sanssouci, waar de beenderen van de Pruissische koningen Friedrich Wilhelm I en Frederik de Grote in 1991 werden herbegraven. De universiteit van Potsdam is in een mooi vervallen paleis gevestigd. De geschiedenisfaculteit is hier passend gehuisvest.
Vervolgens in de file naar Weimar. Wederom bijna zonder brandstof, dus heuvel af, motor uit. Gered door Aral kwamen we in het duistere, stromende regen-achtige Weimar. Op vijf november van dit jaar werd bekend dat Weimar in 1999 de culturele hoofdstad van Europa zal worden. Het culturele verleden van Weimar is inderdaad zeer verheffend. We eten in de Ratskeller die vroeger werd gefrequenteerd door onder anderen Liszt, Goethe, Nietzsche en Schiller. Door de duurste winkelstraat van Duitsland, de Schillerstrasse, lopen we naar het Theatercafé. Deze stad heeft van de voormalige Oost-Duitse steden de meeste kansen zich op kapitalistische wijze te ontwikkelen.
Leipzig
Over B-wegen en door lieve, verlaten dorpjes doen we een puzzelrit naar ons Endstation Leipzig. Het kraakpand kwamen we niet meer uit, aangezien we in een Amerikaanse fuif belandden die was georganiseerd voor een student die binnenkort naar Chili zou gaan (Honecker achterna?). Tot diep in de nacht converseerden de Ossis met de Hollies. Ons werd verteld dat Rusland absoluut geen cultuur heeft en dat Nederland beter bij Duitsland had kunnen horen. De frustraties over de ehemalige DDR bleken diep te zitten. En dat is wel enigszins voor te stellen in een stad zonder CV, waar je dus met een zak bruinkool op je rug moet sjouwen om je huis warm te krijgen.
De Treuhandanstalt heeft voormalig Oostduitsland veranderd in een grote Baustelle. Voorlopig kan daar echter alleen de kleine Mercedes-elite van profiteren. In het toneelstuk Wessis in Weimar verwoordt theatermaker Rolf Hochhuth de gevoelens van het volk in een gesprek tussen een onteigende DDR-inwoonster en de – in 1991 door de RAF doodgeschoten – president van de Treuhand.
“U treedt als een bezetter op in de DDR, ofschoon u ook Duitser bent. U neemt deze Duitsers hun grond af, staat hen genadevol toe de grond terug te kopen, in concurrentie met buitenlandse haaien en de Duitsers die – alleen al daarom – het duizendvoudige kunnen bieden omdat zij niet eerst de veldtocht tegen Rusland moesten afbetalen. En bovendien nog eens de Marshall-hulp kregen! U voert daarmee, meneer Rohwedder, een roofoorlog tegen volstrekt weerlozen, die u het leven zal kosten.”8
Het volk draagt dus alleen de last van de Wiedervereinigung. Want “Das Leben ist grausam und Klaus ist ein Schwein.”*
Wedat Horuz, Stefan Louwers, Gerard Mentjox
Met dank aan Jonn en Gré.
- Kraftwerk, ‘Autobahn’, Autobahn, 1974. ↩︎
- Gewandhaus-Saison, 1993-1994. ↩︎
- Paul Simon, ‘Train in the Distance’, Hearts and Bones, 1983. ↩︎
- Friedenstage? 1945. 1990. 2000. Bilder, Graphiken, Plastiken. 26. April – 17. Juni 1990. Zitadelle Spandau (Berlijn 1990) 53. ↩︎
- Zie noot 1. ↩︎
- De Berliner Festspiele heeft in het kader van het 750-jarig bestaan van Berlijn een documentatieboek uitgegeven: Topographie des Terrors. Gestapo, SS und Reichssicherheitshauptamt auf dem Prinz-Albert-Gelände (Berlijn 1987). ↩︎
- Een uitgebreid artikel over Wannsee zal te zijner tijd in Verleden Tijd Schrift verschijnen.
Stefan Louwers en Gerard Mentjox, Ergens in… Duitsland: Wannsee, 1994 ↩︎ - Willem Beusekamp, ”Terrorist’ van het Duitse toneel buigt voor kritiek Staat’, de Volkskrant, 27 maart 1993. ↩︎
Historisch Institutioneel Tijdschrift (H.In.T.) 8 (1993) 4-8.
*Postscriptum Die Prinzen, ‘Gabi und Klaus’, Das Leben ist grausam, 1991
