“Mit dem Ruecken an einer kurzer Betonsockel gelehnt eingeschlafen, August 1981”

Ergens in… Duitsland. Wannsee

Wannsee © 2026, 2024 Stefan Louwers

“Met een dwingend gebaar maande ik het publiek tot stilte. ‘Dit’, ging ik verder, ‘is de Wannsee, aan welks oevers zich het drama van de wil, zoals u weet, voltrokken heeft’.”1

In de serie ‘Ergens in…’ brachten we al een bezoek aan het Nederlandse Eijsden en het Belgische Spa. Ditmaal reizen we naar de historisch beladen plaats Berlin-Wannsee. Deze gemeente ligt rondom de Grosser Wannsee, ten zuidoosten van het centrum van Berlijn. Op 20 januari werd in de Villa Am Grossen Wannsee 56-58 de zogenaamde Wannsee-conferentie gehouden. Onder leiding van de SS-er Heydrich boog een gemêleerd gezelschap nazileiders zich over het ‘Problem der Judenfrage’.

Wannsee 1992

Op 20 januari 1992 werd de Wannsee-villa (oftewel Villa Minoux, naar de eerste bewoner) geopend als Gedenkstätte Haus der Wannsee-Konferenz. In de zomer van dat jaar reisden we derhalve met de S-bahn naar Wannsee, een verzameling statige villa’s in een lieflijke, waterrijke omgeving. De bossen rondom Wannsee en het stroomgebied van de Havel lenen zich bij uitstek voor een dagje uit en het houden van conferenties. Na aan bezoek aan de Glienicke Brücke is de schemering echter al ingevallen als we de straat Am Grossen Wannsee inslaan. Op goed geluk trouwens, omdat nergens een verwijzing naar de villa staat. Na vijven bereiken we het gietijzeren hek. Het begint te druppelen. In de verte ontwaren we een witte villa tussen zwarte boomstammen. Het gebouw is gesloten, het hek blijft dicht. In de stromende regen keren we terug naar Berlijn.

Wannsee 1993

Anderhalf jaar later zijn we terug in Berlijn. Via de Haftanstalt aan de Wilhelmstrasse in Spandau waar Rudolf Hess gevangen zat, zakken we langs de Havel af naar het zuiden. We rijden over het schiereiland Schwanewerder op zoek naar de villa waar in de jaren ’20 de omhooggevallen koopman-socialist Parvus woonde. Parvus, alias Alexander Helphand (een uit Wit-Rusland afkomstige jood die in Zwitserland en Duitsland woonde) verrijkte zich tijdens een vierjarig verblijf in Turkije door aldaar een oorlogs-economie op poten te zetten, en het land aan de kant van de Centralen in de eerste wereldoorlog te brengen. Tijdens die oorlog bracht de Duitse regering op het idee Lenin in de bekende verzegelde trein naar Rusland te vervoeren om daar een revolutie te veroorzaken. Voor Parvus had dit als doel het tsarisme (zijn grootste vijand) omver te werpen; de Duitsers zagen de mogelijkheid dat de revolutie rust zou brengen aan het oostfront. Aldus geschiedde. Parvus bracht zijn laatste jaren door in de villa op Schwanewerder, verguisd door veel van zijn vroegere socialistische vrienden.2 Door een speling van het lot werd dezelfde villa jaren later bewoond door Hermann Göring.

Iedere villa op het kleine eiland kon echter de bewuste villa zijn. Via het Strandbad bereiken we het plaatsje Wannsee. Op weg naar de Wannsee-villa passeren we de Wannsee-Brücke waar in de buurt, aan de Bismarckstrasse, het graf van Heinrich von Kleist ligt, de Duitse schrijver die hier in november van het jaar 1811 eerst zijn ongeneeslijk zieke vriendin doodschoot en daarna zichzelf. Op de wit marmeren gedenksteen  een citaat uit Matteüs: “Er lebte, sang und litt / In trüber, schwerer Zeit / Er suchte hier den Tod / Und fand Unsterblichkeit.”3 

Am Grossen Wannssee

De villa, het uiteindelijke doel van onze Wannsee-excursie, is zwaarbewaakt. Om binnen te komen moet de bezoeker op een bel drukken. De bewaking kan iedere gast via een camera observeren alvorens deze toegang te verschaffen. Aan het einde van de oprijlaan een nieuwe deur. Weer een bel. De deur gaat open. Zo komt een einde aan deze bevreemdende, maar blijkbaar noodzakelijke entree. Binnen is men de vriendelijkheid zelve. De vrouw achter de balie wijst ons op de gratis brochure van de Gedenkstätte Deutscher Widerstand (waarmee de Gedenkstätte Haus der Wannsee-Konferenz een samenwerkingsverband heeft) over het verzet in Duitsland, en het leven van ondergedoken joden in Berlijn.

De tentoonstelling behandelt in 14 kamers het verloop van de moord op de joodse bevolking in Europa, waarbij in de voormalige eetzaal een centrale plaats is ingeruimd voor de Wannsee-conferentie zelf. In deze zaal is de levensloop van de diverse deelnemers aan de conferentie aan de muur genageld. Opvallend is dat een meerderheid van die deelnemers na de oorlog strafvervolging heeft kunnen ontlopen.

De conferentie

Op 29 november 1941 nodigde de chef van de Sicherheitspolizei en de SD, Richard Heydrich, iets meer dan 12 topfunctionarissen uit voor een gemeenschappelijke vergadering om tot een besluit te komen over de voorbereidingen die men in organisatorisch en materiaal opzicht moest treffen voor de ‘Gesamtlösung der Judenfrage’. Heydrich had in de herfst van 1941 het deportatieprogramma betreffende de joden op Hitlers bevel gelanceerd. Wegens de militaire verwikkelingen eind 1941 aan het Oostfront en Pearl Harbour werd de bespreking uitgesteld tot 20 januari 1942. In de tweede uitnodiging wordt niet meer over ‘Gesamtlösung’, maar over ‘Endlösung’ gesproken.

De bespreking begon op 20 januari om 12 uur ’s middags, naar alle waarschijnlijkheid in de eetkamer van Villa Minoux. De vergadering was bedoeld om te brainstormen over de organisatie van de Endlösung. Behandeld werden de selectie (wat was een jood en wat waren de uitzonderingsgevallen) en de logistiek, het belangrijkste probleem. Hoe zoveel honderduizenden mensen richting het oosten van Europa te transporteren en aldaar te onderbrengen, alvorens ze te vernietigen?

De belangrijkste overgebleven bron van de bespreking in de Wannsee-villa is het zogenaamde ‘Wannsee-protocol’. Zoals in meer nazidocumenten wordt niet expliciet besloten tot stelselmatige vernietiging. Gesproken wordt over 11 miljoen Europese joden, waarvoor een ‘oplossing’ moet worden gevonden: “Unter entsprechender Leitung sollen nun im Zuge der Endlösung die Juden in geeigneter Weise im Osten zum Arbeitseinsatz kommen. In grossen Arbeitskolonnen, unter Trennung der geslechter, werden die arbeitsfähigen Juden strassenbauend in diese Gebiete geführt, wobei zweifellos ein Grossteil durch natürliche Vermindering ausfallen wird. (…) Der allfällig endlich verbleibende Restbestand wird, das es sich bei diesem zweifellos um den widerstandsfähigsten Teil handelt, entsprechend behandelt werden müssen, da dieser, eine natürliche Auslese darstellend, bei Freilassung als Keimzelle eines neuen jüdischen Aufbaues anzusprechen ist. (Siehe die Erfahrung der Geschichte.) (…) Im Zuge der praktischen Durchführung der Endlösung wird Europa von Westen nach Osten durchkämmt. Das Reichsgebiet einschliesslich Protektorat Böhmen und Mähren wird, allein schon aus Gründen der Wohnungsfrage und sonstigen sozial-politischen Notwendigkeiten, vorweggenomen werden müssen.”4

De bespreking duurde één tot anderhalf uur, verdere details werden uitgewerkt in volgende besprekingen. Na afloop van de bijeenkomst bleven Heydrich, Eichmann en diens chef Müller onder het genot van een glas cognac napraten.

Laat het Wannsee-protocol nog ruimte voor verschillende interpretaties, de getuigenissen van de door de Mossad ontvoerde Eichmann – notulist tijdens de vergadering – in 1960 en 1961 benadrukten het belang van de bespreking. Hij getuigde in Jerusalem dat tijdens de bijeenkomsten zeer grove bewoordingen werden gebruikt: “… ich weiss, dass die Herren beisammen gespannt und beisammen gesessen sind und da haben die eben in sehr unverblümten Worten die Sache genannt – ohne sie zu kleiden. (…) Es wurde von Toten und Eliminieren und Vernichten gesprochen.”5 Eichmann beschreef de stemming tijdens de conferentie als ontspannen: “Jedermann war froh, sich an der Endlösung der Judenfrage zu beteiligen.”6

Het belang

Over het belang van de Wannsee-conferentie wordt door historici verschillend gedacht. Kort na de oorlog werd de bespreking gezien als het belangrijkste keerpunt in het proces naar vernietiging van de Europese joden. Deze visie vindt men bijvoorbeeld terug in Ondergang van Presser: “Men mag zeggen dat van die 20ste januari af de officiële politiek van vernietiging tot het eind van de oorlog haar vorm gekregen heeft. (…) Het was een algemeen, allesomvattend bevel, waarmee de avondlandse beschaving als het ware weer teruggekeerd was tot het brengen van mensenoffers, maar dan op een in de geschiedenis tot nu toe ongekende schaal.”7 Later werd in de historiografie de Wannsee-conferentie meer genuanceerd en gezien als een schakel in een zichzelf versterkend proces: “Die ‘Endlösung’ war zu diesem Zeitpunkt bereits beschlossen und im Gange… Die Bedeutung der Wannsee-Konferenz liegt darin, dass zu diesem Zeitpunkt Heydrich mit einem fertigen Konzept über den künftigen Abtransport der europäischen Juden nach dem Osten vor die Vertreter derjenigen Behörden treten konnte, die an den künftigen Massnahmen aus seiner Sicht zwingend zu beteiligen waren.”8

De historicus Bullock is het ermee eens dat de bureaucraten op de Wannsee-conferentie zich bezig hielden met de praktische uitwerking van een plan dat al eerder bedacht was. Hij ziet Hitler als duidelijke initiator, hoewel het moeilijk is uit de bronnen de rol van de persoon Hitler vast te stellen. Volgens Bullock hield de SS-leiding zich slechts bezig met het probleem vam de overbevolking in de getto’s en kampen. “Zij hadden er geen belang bij dat er nog eens grote aantallen joden naar hun districten werden gedreven noch dat hun gebieden werden gebruikt als de dodenakkers voor het hele Europese jodendom.”9

Revisionisme

Bij het zoeken naar literatuur over de Wannsee-conferentie stootten wij op het boekje De Wannsee-konferentie en de Endlösung, uitgegeven door de ‘Revisionistische Bibliotheek’, een publicatiereeks van de werkgroep Vrij Historisch Onderzoek uit Antwerpen. Uit deze obscure brochure blijkt het gevaar bij het interpreteren van het eufemistische taalgebruik waarin het Wannsee-protocol is gesteld. Na lezing van de brochure is duidelijk dat de werkgroep Vrij Historisch Onderzoek welhaast moet bestaan uit aanhangers van extreem-rechtse ideologieën. Deze revisionisten binden de strijd aan tegen de ‘Holocaust-zwendel’, en dat geheel zonder juiste bronnenvermelding en een strikte scheiding tussen teksten (die vaak de waarheid verbloemen) en feiten. “Dit is dus heel andere koek dan de voorgekauwde leugens die U doorgaans in de zich ernstig en “beroeps” noemende pers, krijgt voorgeschoteld.”10 Inderdaad. Zo onkent men het bestaan van de gaskamers en worden het dagboek van Anne Frank en het Wannsee-protocol als vervalsingen geafficheerd. De ontdekker van het protocol, één van de aanklagers in het Nürnberg-proces, Robert Kempner, zou dit document zelf vervaardigd hebben. Een bewijs hiervoor is volgens de werkgroep Vrij Historisch Onderzoek het feit dat de eerste versie van het protocol op Amerikaans quarto-papier werd getyped. (Het zou hier echter kunnen gaan om een voor het proces gebruikt werkexemplaar.) Later werd het originele document geopenbaard dat nu te vinden is in het politieke archief van het Auswärtigen Amtes. Aan de echtheid van dit Wannsee-protocol hoeft niet getwijfeld te worden.11

Op een misselijk makende manier wordt in De Wannsee-konferentie en de Endlösung gepoogd te bewijzen dat er geen plannen bestonden voor de massavernietiging van Europese joden, ook omdat die massavernietiging niet plaats gevonden zou hebben: “Vooreerst weze opgemerkt dat men op de conferentie te doen heeft met beschaafde mensen uit een beschaafd land met een eeuwenoude vredelievende en godsvruchtige traditie. Het is volkomen uitgesloten dat bij hen deze gedachten zelfs zouden kunnen opkomen. Dit is echter wel mogelijk bij mensen die emotioneel vergiftigd zijn door haat tegen alles wat Duits is.” (sic!)12 De vrijheid van meningsuiting is natuurlijk een groot goed en het is belangrijk om te weten wat voor ideëen er leven in extreem-rechtse kringen, ook om je er tegen te kunnen verweren, maar het blijft vreemd dat deze brochure in de Nijmeegse Universiteitsbibliotheek is te vinden. Zeker omdat een aantal daarin gedane uitspraken lijken in te druisen tegen bepalingen uit het Wetboek van Strafrecht en door de aanschaf van dit soort triviale literatuur Vlaams extreem-rechts gesteund wordt.

De oevers van de Wannsee

Naast informatie over de conferentie wordt in de villa middels foto’s en tekst een overzicht gegeven van de massamoord op de Europese joden, waarbij specifiek aandacht wordt geschonken aan de Nederlandse situatie. Dit Lernort der Geschichte heeft ook een pedagogisch doel. In de mediatheek is informatie te vinden over onderwerpen die op enigerlei wijze te maken hebben met nationaal-socialisme. Daarnaast worden er cursussen en seminars georganiseerd.

Onwezenlijk en huiverend van de kou staan we een paar uur later in de tuin van de villa, die opnieuw ingericht wordt. Aan de oever van de Wannsee zwemmen eendjes in zacht kabbelend water. Vanaf hier is het eiland Schwanewerder te zien.

“Met een dwingend gebaar maande ik het publiek tot stilte. ‘Dit’, ging ik verder, ‘is de Wannsee, aan welks oevers zich het drama van de wil, zoals u weet, voltrokken heeft’.”

Stefan Louwers en Gerard Mentjox

Verleden Tijd Schrift 1 (1994) 21-24.

Postscriptum “Vrij Historisch Onderzoek (VHO) werd in 1985 opgericht door Siegfried Verbeke. De organisatie pretendeert wetenschappelijk onderzoek te doen naar de Shoah en fungeert als een van de grootste uitgeverijen van zgn. ‘revisionistische’ literatuur. In werkelijkheid wordt in de pseudowetenschappelijke uitgaven van het VHO de Holocaust geminimaliseerd of ontkend. In België werden de verantwoordelijken van VHO in 2004 en 2008 tot zware straffen veroordeeld wegens inbreuken op de negationismewet en de antiracismewet. Ook in Nederland en Duitsland werd Siegfried Verbeke vervolgd en veroordeeld voor gelijkaardige feiten.”

https://portal.ehri-project.eu/virtual/be-ara-b-b-1-vrij-historisch-onderzoek

  1. Dit citaat slaat eigenlijk op Heinrich von Kleist. Louis Ferron, De keisnijder van Fichtenwald (Amsterdam 1976) 135. ↩︎
  2. Zie voor meer info over Parvus: Winfried B. Scharlau en Zbynek A. Zeman, Freibeuter der Revolution. Parvus-Helphand: eine politische Biographie (Köln 1964) en Konrad Haenisch, Parvus. Ein Blatt der Erinnerung (Berlin 1925). Haenisch, minister tijdens de Weimarrepubliek en vriend van Parvus ontkent ten stelligste de laster dat in de bewuste villa tijdens de bewoning door Parvus orgieën plaatsvonden. ↩︎
  3. Thomas Wiehmann, Heinrich von Kleist (Stuttgart 1988) 1.
    Joachim Maas, Kleist. Die Geschichte seines Lebens (Bern en München 1977) 380.
    Helmut Semdner ed., Heinrich von Kleists Lebensspuren. Dokumente und Berichte der Zeitgenossen (Bremen 1957) 518. ↩︎
  4. Johannes Tuchel, Am Grossen Wannsee 56-58. Von der Villa Minoux zum Haus der Wannsee-Konferenz (Berlijn 1992) 118. ↩︎
  5. Tuchel, Am Grossen Wannsee 56-58, 119. ↩︎
  6. Ibidem. ↩︎
  7. J. Presser, Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945 (Den Haag 1985) 7-8. ↩︎
  8. Tuchel, Am Grossen Wannsee 56-58, 120. ↩︎
  9. Alan Bullock, Hitler en Stalin: Parallelle levens (Amsterdam 1991) 815. ↩︎
  10. De Wannsee-konferentie en de “Endlösung” (Antwerpen 1992) 7. ↩︎
  11. Zie bijvoorbeeld: Ernst Nolte, Der europäische Bürgerkrieg 1917-1945. Nationalsozialismus und Bolschewismus (Frankfurt am Main 1987) 592. ↩︎
  12. De Wannsee-konferentie, 67. ↩︎