“Mit dem Ruecken an einer kurzer Betonsockel gelehnt eingeschlafen, August 1981”

Ergens in… Frankrijk. Dunkerque

Terminus, Stationsplein 1, De Panne © 2026, 2023 Stefan Louwers

“Dit is de weg naar het water,
de zeestraat naar het land.
Hier reist men huiswaarts.”

Paul Snoek, ‘Dit is de weg naar het water’, Verzamelde gedichten (Antwerpen 1982) 402.

De geschiedenis laat overal haar sporen achter. Of we er nu wel of niet aan herinnerd willen worden. Of er nu wel of niet wat herdacht wordt. De sporen zijn overal te zien, of we ze nu wegvegen of oppoetsen. Met het Diogenes1-shot uit een rijdende auto, tijdens het lopen door in puin geschoten huizen. Met onze ogen kijken we naar de realiteit van het verleden. Eijsden, Spa, Wannsee. Dunkerque.

Diksmuide

De trein rijdt met grote snelheid door de mistige Vlaamse weilanden. We passeren Diksmuide. Plotseling doemt een donker gevaarte, een hoge toren, uit de mistflarden op. Naar dit wanstaltig gevaarte, dit monument van slechte smaak trekt sinds 1924 elk jaar de IJzerbedevaart. Vlamingen herdenken bij deze toren hun gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog.

Hier stroomt de IJzer. Hier trok het Belgische leger zich terug, achteruitgedreven door de Duitse legers, en hield men vier jaar in de loopgraven stand. het puntje land achter de IJzer is het enige stukje België dat tijdens de Eerste Wereldoorlog onbezet bleef.

In 1925 liet de Belgische overheid 500 heldenhuldezerken voor gesneuvelden verbrijzelen om te gebruiken voor wegverharding. Sindsdien hebben de herdenkingsplechtigheden bij de IJzertoren het karakter van massademonstraties van katholieke flaminganten en Vlaamse nationalisten. In het verlengde daarvan lijkt het een vrijplaats te zijn gewoden voor de verspreiding van extreemrechtse ideeën; op loopgraven geschoeide Blut und Boden-gedachten.

De huidige herdenkingstoren staat er sinds 1965. Het oorspronkelijke monument werd in 1946 door anti-flaminganten opgeblazen. Vanuit de trein is te zien dat de toren getooid is met de letters AVV-VVK: Alles voor Vlaanderen – Vlaanderen voor Kristus. De trein levert ons enige minuten later af op station De Panne, de meest zuidelijke Belgische badplaats, eindpunt van deze lijn.

De Panne

Een waterige zon beschijnt het bleke strand in De Panne. De zilvergrijze zee rolt af en aan, terwijl op de boulevard Britse oud-strijders in rolstoelen voorbijhobbelen. Een vredig gezicht. De veteranen zijn getooid met glitterende medailles, de materialisering van hun verdiensten zoveel jaar geleden. De rug recht, de gelederen gesloten, de blik strak gericht op de horizon. Zo slepen zij zich voort van herdenking naar herdenking, van herinnering naar herinnering. Ze maken een tournee langs Belgische en Franse kustplaatsen. Achter de stoet een ambulance, je weet maar nooit.

Dunkerque

20 kilometer verderop. Het station van Dunkerque. Verleden en heden verenigen zich hier: op het roestige rangeerterrein, berekend op intensief goederenverkeer afkomstig uit een eens bloeiende haven, staat een zilvergrijze TGV.

De zon gaat onder, vissers varen de avant-port binnen met hun schamele vangst. Frankrijk was het land van de kleine vissertjes. Die romantiek is echter ten onder gegaan met de komst van de grote trawlers. De overgebleven kleine vissertjes verkopen hun kabeljauw vanuit viskraampjes om aan een bestaansminimum te komen. De haven is leeg, al klinkt een scheepshoorn in de verte. De geur van zee, wier en afgewerkte dieselolie.

Duinkerke

Dunkerque is eeuwenlang strategisch van het grootste belang geweest vanwege de mogelijkheid het Nauw van Calais te controleren. Vele landen hebben dan ook getracht de stad te beheersen. Dit duurde voort totdat de stad definitief Frans werd. Daarvoor werd in Dunkerque Diets gepraat, en heette het nog Duinkerke. Flaminganten wijzen er af en toe nog op dat de “stad Duinkerke, gelegen aan de grens van het Nederlandse taalgebied, door de eeuwen heen eentalig is geweest en zij het is gebleven tot aan de inlijving bij Frankrijk en de autochtone bevolking nog lang daarna.”2 Prof. dr. Vital Celen betoogt in zijn boekje Het Nederlands in Duinkerke door de eeuwen heen dat Vlaanderen net als vroeger eentalig moet worden: “… reeds nu moet Vlaanderen zich bewust zijn van de zuiverheid van zijn taaltoestand in het verleden en het moet daarnaar zijn houding in het heden bepalen, er zijn strijd en zijn streven naar richten.”3 Ondanks dat Vlaamse nationalisme is Dunkerque nu vrijwel geheel verfranst, alleen wat straatnamen en de culinaire specialiteit Potje Vlee(s)ch doen aan het Nederlandse verleden herinneren. 

Jean Bart

Op de place Jean Bart – wat een verrassing – het standbeeld van Jean Bart (Jan Baert), de geliefde en gevreesde Duinkerker kaper. Deze visserszoon werd in 1650 in Duinkerke geboren. Na een tijdje bij de Hollandse marine te hebben gediend stelt hij zich als Duinkerker kaper op aan Franse zijde. Zijn heroïsche daden bezorgen de Engelse en Nederlandse marine en koopvaardij grote schade. Dat maakt hem zo belangrijk dat Lodewijk XIV deze kaper in de adelstand verheft en hem op diens ziekbed bezoekt. Jean Bart overlijdt in 1702 aan een vorm van tuberculose. Tegenwoordig is een Frans marine-fregat naar hem genoemd.

Operatie Dynamo

We lopen over de boulevard langs het strand van Dunkerque dat zich uitstrekt tot aan de Belgische grens. Dit strand heeft een belangrijke rol in de Tweede Wereldoorlog gespeeld. Nauwelijks veertien dagen na de Duitse inval worden Franse en Britse troepen teruggedreven in deze westhoek van Frankrijk. Churchill meldt op 25 mei 1940 dat de enige verbinding tussen Groot-Brittannië en het continent bestaat uit de havens van Oostende en Dunkerque. Er wordt besloten het Britse leger voor vernietiging te behoeden en het huiswaarts te brengen. Een dag later komen Duitse troepen tot 7 kilometer voor Dunkerque, door Britse troepen worden ze tegengehouden bij het Mardyckkanaal. Daarop volgt een ongekend luchtbombardement van Duitse zijde, dat met 30.000 brandbommen Dunkerque in een vlammenzee verandert. Op 28 mei valt Oostende en wordt de ring rondom Dunkerque steeds kleiner. De situatie valt niet meer te redden, er moet worden ingegrepen: de chef van het Engelse expeditieleger Lord Gort meldt aan het War Office in Londen dat de Britse troepen onder luchtbescherming getransporteerd moeten worden, anders voltrekt zich op het strand een bloedbad.4

In honderden oorlogs- en handelsschepen worden Franse en Britse troepen afgevoerd, terwijl Dunkerque onder Duits artillerievuur ligt. Op 30 mei is de situatie zo dramatisch dat het Britse kabinet vreest haar expeditieleger als verloren te moeten beschouwen. Minister van Oorlog Eden stuurt Lord Gort de geheime toestemming om in het uiterste geval te capituleren. De hele dag gaat met steun van de Britse en Franse marine, die alle aan de Britse kust aanwezige schepen en bootjes hebben geconfisqueerd, de evacuatie gaat door.

Een dag later is Dunkerque nog steeds één grote brandhaard. Het is niet meer mogelijk – ondermeer vanwege schade aan de sluisdeuren – vanuit de haven te evacueren. Het strand ten oosten van de haven wordt nu daarvoor gebruikt. Het ziet er zwart van de mensen die onder mitrailleurvuur van Duitse jachtvliegtuigen door het water naar de boten waden. Ondanks deze slechte omstandigheden hoeven er tegen de avond nog maar 20.000 Britse soldaten getransporteerd te worden. Op 2 juni vertrekt ’s avonds om 12 uur de laatste Engelse generaal, nadat hij langs de haven en het strand is gevaren om vast te stellen dat er geen Britse soldaten meer op het land te vinden zijn. Twee dagen later valt Dunkerque in Duitse handen.

De evacuatie uit Dunkerque, ‘Operatie Dynamo’, was geslaagd. In totaal 860 schepen transporteerden 338.226 man, waaronder 139.097 Fransen. 40.000 Franse soldaten gaven zich over. Vrijwel alle wapens, tanks en ander zwaar materiaal van het Britse expeditieleger waren verloren gegaan. Het succes van deze geïmproviseerde operatie was grotendeels te danken aan het feit dat het Duitse legercommando pas op 26 mei lijkt te hebben beseft dat de Britten zich via Dunkerque zouden terugtrekken. Op 23 mei had bevelhebber Von Rundstedt de naar het noorden optrekkende tankeenheden tot stilstand gebracht om zich te hergroeperen. Door dit uitstel hadden de Britten de gelegenheid zich in en rondom Dunkerque in te graven. Hitler gaf pas op 26 mei bevel om de opmars van de tankeenheden naar het Noordwesten voort te zetten.5

Nu ziet het strand er uit als in elke willekeurige badplaats. Wonderwel geeft de gevelrij aan de boulevard de impressie authentiek te zijn. Nergens zijn reminiscenties aan de evacuatie te zien, op dat ene monument na. Een schoolklas sport op het strand.

200 kilometer verderop, op stranden in Normandië, kwamen de Britten vier jaar later weer aan wal. Een feit dat op 6 juni met veel vlagvertoon en een nieuwe geallieerde invasie – want vijftig jaar geleden – gevierd wordt.

Dunkerque nu

Dunkerque staat minder in de belangstelling van de herdenkingsindustrie. Niet geheel onlogisch: een terugtocht – al dan niet geslaagd – is niet iets om met trots op terug te kijken. De Duitse granatenregen vernietigde het historische hart en veranderde Dunkerque in een architectonisch weinig opwindende provinciestad. Naoorlogse recessies lieten de haven niet onberoerd, en zoals vele havensteden was Dunkerque het toneel van sociale strijd.

Ook Dunkerque moet worden opgestuwd in de vaart der volkeren. Ambitieuze projecten als de TGV-verbinding met Parijs en een nieuw postmodernistisch stadhuis annex regionaal parlement moeten zorgen voor een economische ‘boom’. Als alle provinciesteden waant Dunkerque zich in het centrum van het nieuwe Europa, maar ondanks al deze ambitie doet Dunkerque doods aan. Marcel-A. Hérubert schreef in de vorige eeuw: “Le port, en effet, est aussi vivant que les rues sont morts.”6 Met het laatste kunnen we het eens zijn, voor de haven geldt tegenwoordig hetzelfde als voor de straten. De kranen zijn tot stilstand gekomen. Op een kademuur een opschrift afkomstig van de Confédération Générale du Travail: Port mort – ville morte.

In het bassin de la commerce ligt een trotse driemaster, symbool voor de glorie van weleer. In de verte klinkt een scheepshoorn. De tweede.

Stefan Louwers en Gerard Mentjox

Literatuur

Jacques Benoist-Méchin, Der Himmel stürzt ein. Frankreichs Tragödie 1940 (Düsseldorf 1958).

Pierre Bruyelle, ‘Dunkerque: expansion et problème de aménagement’, L’information géographique 4 (1964).

Vital Celen, Het Nederlands te Duinkerke door de eeuwen heen (Antwerpen 1951).

Dunkerque – Le magazine 21 (1993).

Dunkerque Expansion. Les Nouvelles Communautaires 597 (1993).

Léon Haffner, Jean Bart et la marine de son temps (Monaco 1956).

Marcel-A. Hérubert, En suivant les côtes: de Dunkerque à Saint-Nazaire (Parijs 1920).

Henri Malo, Jean Bart (Parijs 1929).

Henri Malo, Nos trois ports du Nord: Dunkerque, Calais & Boulogne (Parijs 1920).

James F. McMillan, Twentieth Century France. Politics and Society 1898-1991 (Londen 1992).

Verleden Tijd Schrift 2 (1994) 3-6.

Postscriptum “Restaurant Terminus, Stationsplein 1, De Panne, tegenover het station, is permanent gesloten. Het spoor loopt door naar Duinkerke, maar wordt al lang niet meer gebruikt. Dertig jaar geleden stonden we hier te wachten op de bus naar Dunkerque, en liepen van daar naar Bray-Dunes, de Franse badplaats aan de grens met België.”

Stefan Louwers, Van Adinkerke tot Zwin.Streek-GR Kust kust tram, 2025

  1. Buitenlandmagazine van de VPRO. ↩︎
  2. Vital Celen, Het Nederlands te Duinkerke door de eeuwen heen (Antwerpen 1951) 18. ↩︎
  3. Idem, 19. ↩︎
  4. Jacques Benoist-Méchin, Der Himmel stürzt ein. Frankreichs Tragödie 1940 (Düsseldorf 1958) 185. ↩︎
  5. Alan Bullock, Hitler en Stalin: Parallelle levens (Amsterdam 1991) 172-173. ↩︎
  6. Marcel-A. Hérubert, En suivant les côtes: de Dunkerque à Saint-Nazaire (Parijs 1920) 23. ↩︎