
“Time is a train
Makes the future the past
Leaves you standing in the station
Your face pressed up against the glass”
U2, ‘Zoo Station’, Achtung Baby, 1991
‘Nix blieb wie et es’ – niets blijft zoals het is – het was dit jaar de slogan van het carnaval in Keulen, maar het is meer van toepassing op Duitslands hoofdstad. Berlijn is omgetoverd in één grote Baustelle. Berlijn wil – behalve regeringscentrum – hèt economische centrum van het Europa van de 21e eeuw worden. Nu de Muur gevallen is en de beide Duitslanden wiedervereinigt zijn, bezetten hijskranen de lege plekken in het centrum. De rest van de stad staat in de steigers. Berlijn maakt zich op voor de volgende eeuw.
Taxi naar de Burggrafenstrasse
Een hete zaterdagmiddag. We stappen uit op het Bahnhof Am Zoologischer Garten en belanden in de ganz normale Chaos van een wereldstad met drieënhalf miljoen inwoners. Een taxi brengt ons naar ons verblijf in de nabijgelegen Burggrafenstrasse. Een rustige straat in de buurt van de kapitalistische symbolen van voormalig West-Berlijn: het platvloerse Europa-Center, een winkel- en kantorencentrum van twintig verdiepingen met daarbovenop de meters hoge, roterende Mercedes-ster en het negentig jaar oude Kaufhaus des Westens, het zeven verdiepingen tellende decadente warenhuis.
De volgende ochtend laat een wandeling in de omgeving van de Kurfürstendamm alle clichés van een commercieel consumentenparadijs zien. Zware bas-klanken dreunen door vanuit nachtbrakersdisco Arena-Linientreu, verdwaasde party-people drinken op het trottoir de laatste slokken uit hun halve-liter-blik bier, een zwerver scheert zich met een wegwerpmesje in de spiegeling van een reclamezuil, toeristen wachten tot de Zoo haar poorten opent.
Potsdamer Platz
Berlijn is niet, nooit geweest ook. Vernietigd door de Tweede Wereldoorlog. Verdeeld door de Koude Oorlog. ‘Berlin wird.’ Dat is het duidelijkst zichtbaar op de Potsdamer Platz. In de Goldenen Zwanzigern het drukste verkeersplein van Europa, van 1933 tot 1945 het machtscentrum van het Derde Rijk, na de oorlog een niemandsland, van 1962 tot 1989 gescheiden door de Muur. In de film Der Himmel über Berlin (1987) van Wim Wenders loopt acteur Curt Bois als een hoogbejaarde historicus over de toen nog lege stadssteppe: “Hier muss er doch irgendwo sein? Ich kann den Potsdamer Platz nicht finden”.
De nieuwe Potsdamer Platz is niet meer te vermijden, overal vanuit de stad is haar hijskranen-skyline te zien. Zoals Manfred Gentz, lid van de raad van bestuur van Daimler-Benz, een paar jaar geleden bij de presentatie van de bouwplannen opmerkte: “Die mitte einer Metropole entsteht völlig neu.”
In 2002 moeten hier 50.000 mensen wonen en werken. Multinationals als Daimler-Benz en Sony investeren miljarden in het nieuwe stadscentrum. Aan de rand van de Leipziger Platz presenteren de investeerders in een groot uitgevallen rode bouwcontainer op zwarte palen, de Info Box, op propagandistische wijze hun projecten. Vanaf het uitzichtsplatform op het dak van de Box kun je de verrichtingen van de duizenden bouwvakkers volgen.
Daimler-Benz bebouwt het grootste deel van de Potsdamer Platz, 68.000 vierkante meter, op basis van een masterplan van Renzo Piano, architect van ondermeer het Centre Pompidou in Parijs. Het concern hoopt volgend jaar een hotel, een casino, een megabioscoop, een musicaltheater, cafés, winkels, woningen en kantoren op te leveren. Bij het bouwrijp maken van het terrein vonden de bouwvakkers geweren en granaten, hotel- en café-inventarissen en zelfs het skelet van een jonge soldaat.
De ontwerpen voor het Daimler-Benz-gedeelte zien er nog vrij conventioneel uit; het Sony Center am Potsdamer Platz van Helmut Jahn wordt daarentegen een echt ‘Technoville’ met ondermeer het Filmhuis Arsenal en de Deutsche Mediathek. In het centrum van de Sony-driehoek verrijst het Forum; een binnenplein met een glazen circusdak. De vraag is echter of de Berlijners en de bezoekers van deze stad zich op de postmoderne Potsdamer Platz zullen thuisvoelen.
Van Bonn naar Berlijn
Op 20 juni 1991 besloot de Bundestag de Duitse parlements- en regeringszetel in 1999 van Bonn naar Berlijn te verplaatsen. Een omstreden besluit, omdat als onderdeel van deze Umzug de Reichstag – niet bepaald een symbool van de democratische werking van een parlement – weer in gebruik wordt genoemn. De verhuizing van Bonn naar Berlijn brengt daarnaast hoge kosten met zich mee – de verbouwing van de Reichstag alleen al kost 600 miljoen DM – en dat in een tijd van economische recessie en hoge werkloosheid. Als ‘Werkstatt der Einheit’ moet Berlijn echter Oost- en West-Duitsland duidelijk verenigen.
Net voor de verbouwing in de zomer van 1995 begon, verpakte kunstenaar Christo de Reichstag in een zilverachtige kunststof. Onder invloed van wind en lichtval leverde dit een fraai, veranderlijk schouwspel op. Voor het eerst in haar geschiedenis ontstond er rondom het gebouw een vrolijke, happening-achtige sfeer.
Dit gebouw brandde tot propagandistisch genoegen van de NSDAP in 1933 af. Hier hesen Russische soldaten, de ‘bevrijders’ van Berlijn, in 1945 de rode vlag, om vervolgens tot 1989 een deel van de stad te bezetten. In de jaren zestig herbouwde de Bondsrepubliek Duitsland de Reichstag en herbergde het haar beeld op de Duitse geschiedenis in de tentoonstelling Fragen an die deutsche Geschichte.
De Britse architect Norman Foster ontwierp als kroon op het vernieuwde parlementsgebouw een grote koepel van staal en glas. Deze koepel is volgens hem niet bedoeld als een historische reconstructie van de koepel die in 1933 door de brand werd verwoest, maar als een uitzichtspunt van 50 meter hoog. ’s Nachts zal de koepel blauw verlicht worden. Op computeranimaties ziet het eruit alsof er een UFO op het gebouw is geland.
In de Spreebogen, een bocht in de rivier de Spree, ten noorden van de Reichstag, komt een anderhalve kilometer lange as van gebouwen voor parlementariërs en de bondskanselier te liggen die voormalig West- met Oost-Berlijn verbindt. Deze as wordt op twee plaatsen onderbroken door de Spree.
Op verschillende andere plekken in Berlijn worden ministeries, ambassades, consulaten en faciliteiten voor politieke partijen en media gevestigd. Sommige ministeries zullen onderdak vinden in gebouwen zowel onder de nationaal-socialistische als de communistische dictatuur als ministerie dienst deden. De Brandenburger Tor, hét symbool voor vrijheid tijdens de Koude Oorlog, wordt net als ten tijde van het Keizerrijk ingekapseld door nieuw te bouwen ambassades en banken rondom de Pariser Platz. Hotel Adlon dat tot in de Tweede Wereldoorlog fungeerde als het officieuze gastenverblijf van de Duitse regering is opnieuw verrezen. Even verderop, op de beroemde voormalige Oost-Duitse regeringsstraat Unter den Linden, rijden oranje Riksja’s rond met de Philips-reclamekreet Let’s make things better; de overkoepelende gedachte achter dit alles?
Alexanderplatz
In het echte hart van voormalig Oost-Berlijn zijn de veranderingen vooral van cosmetische aard. met boompjes, graszoden en bloemenperken is een poging gedaan het lelijkste plein ter wereld, de Alexanderplatz, te verlevendigen. De hoogbouwplannen van Hans Kohlhoff rondom dit betonnen tochtgat zijn voorlopig uitgesteld tot in de volgende eeuw, als er dan nog investeerders zijn tenminste.
Uit sentimentele redenen lopen we verder de proletariërsbuurt rondom de ‘Alex’ in, het milieu van de ideologisch zoekende Franz Biberkopf, de hoofdpersoon uit Alfred Döblins profetische roman Berlin Alexanderplatz (1929). Filmkunsthuis Babylon organiseerde in 1992 in de verloederde Rosa Luxemburg-strasse een Rainer Werner Fassbinder-retrospectief. Een paar jaar later bleek bij terugkeer het dak van de filmzaal te zijn ingestort. Nu is alles weer gerepareerd en kunnen we in de voormalige foyer, nu café Tati, een verfrissend biertje drinken met uitzicht op de Volksbühne, tegenwoordig hèt spraakmakende theater van Berlijn waar toneelschrijver en dramaturg Heiner Müller de laatste jaren van zijn leven ensceneerde.
Marzahn
De volgende dag reis ik verder naar het oosten met de Stadt-Bahn, het ideale bovengrondse spoornet van Berlijn dat in haar geheel wordt gerenoveerd en uitgebreid. Naar Marzahn, de betonnen blokkendozen-wijk aan de rand van Oost-Berlijn, naar het hotel aan de Rhinstrasse waar ik in 1992 vijf dagen verbleef, temidden van fabrieken, een energie-centrale, braakliggend terrein en brede straten.
Vijf jaar later is hier weinig veranderd. Een aantal flats is onbewoonbaar verklaard, de graffitti bij de uitgang van S-Bahn-station Poelchaustrasse is verwijderd, maar the depression of the daylight hangt nog als een koepel over deze buurt. Tegenover het BCA Hotel Lichtenberg is een megalomane kantoortoren verrezen met als liftschacht een glazen piramide waarin laserstralen de tijd aangeven. ‘De grootste klok ter wereld’, staat triomfantelijk op het bord van de bouwonderneming. Alsof het hier iemand interesseert wat voor tijd het is, alsof de tijd niet al lang genoeg stilstaat voor de bewoners van deze wijk. Zij hoeven niet te rekenen op de grote sommen geld die worden uitgetrokken voor de prestigieuze bouw in het centrum van Berlijn, zij leven nog steeds in hetzelfde wasteland.
Naast het hotel is een fitness-studio en het Kroatische restaurant Adria Grill gevestigd. Eigenaar Ljubo Katic mag voorlopig in Duitsland blijven, vele tienduizenden andere ex-Joegoslaven worden nog het land uitgezet. Onder indruk van de apocalyptische onweerslucht die boven de Rhinstrasse hangt, begint Katic de terrastafeltjes binnen te zetten. Er zit verder toch niemand. Hotel Lichtenberg presenteert zich tegenwoordig als conferentie-oord, maar wie wil er in godsnaam in deze desolate omgeving confereren?
Verderop in de Rhinstrasse hebben zich wat bedrijfjes gevestigd, ondermeer een vertegenwoordiger van het Nederlandse DAF. Voor het S-Bahnhof Fiedrichsfelde Ost is een treurigstemmend, Oost-Europees aandoend marktje opgesteld. Een handjevol oude mannen drinkt halve liter-blikken bier onder een parasol. Het begint te stortregenen.
Goodbye to Berlin
De schaduwzijde van de bombastische bouwwerkzaamheden in het centrum van Berlijn is naast de voortgaande verloedering van delen van voormalig Oost-Belrijn, het uitwissen van bepaalde sporen uit Berlijns geschiedenis.
Zo zijn op de vele monumenten en plaquettes na, de meeste sporen uit het Berlijn als centrum van het Derde Rijk zorgvuldig weggewerkt. Als enige realisatie van de grote plannen van Hitlers architect Albert Speer voor de hoofdstad van het duizendjarige rijk, is een viertal gebouwtjes op de hoeken van het verkeersplein rondom de Siegessäule overgebleven, waaronder ironischerwijze een urinoir. De laatste jaren hebben bouwvakkers tussen de Spreebogen en het Anhalter Bahnhof in de jaren dertig gebouwde tunnelcomplexen en fundamenten voor de Grosse Halle opgeblazen, door Speer ontworpen onderdelen van de utopische wereldhoofdstad Germania.
Om meer te proberen te begrijpen van de aantrekkingskracht van het nationaal-socialisme is een bezoek aan het Olympiagelände onontbeerlijk. Het imposante stadion ligt in een weidse, parkachtige omgeving. Het eerste elftal van Hertha BSC, de Berlijnse voetbalclub die onlangs naar de Bundesliga promoveerde, traint op de draf- en renbaan achter het stadion. Het is de bedoeling dat Hertha in de toekomst in het aan betonrot lijdende stadion gaat spelen, de financiering van de restauratie verloopt echter moeizaam.
In de Flatowallee, voorheen de Reichssportfeldstrasse, eten we Currywurst en friet bij de Imbiss Am Bahnhof. Het station zelf was het eindpunt van de S-bahn-lijn naar het Olympia-stadion. Na 1945 kwamen hier geen treinen meer aan. Een aantal jaren geleden waren de sporen door onkruid overwoekerd en de perrons vervallen. Nu ‘baut Koene für Sie die S5’ en staat alleen de façade van het station nog overeind.
Veel sporen van de Koude Oorlog zijn in kortere tijd nog rigoreuzer weggewerkt. Zo is de beroemde grensovergang Checkpoint Charly op het bord ‘You are leaving the American Sector’ na, compleet verdwenen. Over het nabijgelegen café Adler merkt het Berlijn-gidsje van het tijdschrift MAX op:
“Einst konnte man von hier aus das Kommen und Gehen am Checkpoint Charly beobachten. Heute blickt manf auf die Baugrube des amerikanischen Trade-Centers.”
Een complex waarvoor tot nu toe nog geen Amerikaanse huurders gevonden zijn. Op een regenachtige vrijdagmiddag verblijven in café Adler toeristen en bouwvakkers. De eersten schuilen voor de regen, de laatsten vieren het begin van de Baupause, de bouwvakvakantie. De bouwvakker naast me aan de bar heeft meegewerkt aan de bouw van het Philip Johnson-huis. Behalve de wooncontainer en de bouwplaats heeft hij weinig van Berlijn gezien. Een Riesenfest blijft ook vandaag uit.
Op de laatste avond van ons verblijf lopen we met geleende paraplu’s door de regen over de Alexanderplatz naar de Fernsehturm. Met de lift bereik je in vijftien seconden 207 meter hoogte – de toren zelf is 365 meter hoog – en kun je in het télé-restaurant op eenzame hoogte dineren op een draaischijf die eens per half uur het hele Berlijn-panorama aan je voorbij laat gaan. Gevulde eieren met kaviaar en gerookte zalm terwijl de Karl-Marx-Allee volledig gevuld is met de stad in daverende autolampen. In dit voormalig symbool van de ‘bloei’ van het Oost-Duitse communisme lijken de woorden uit de Dreigroschenoper van Brecht en Weil, die we de vorige avond in de Deutsche Theater und Kammerspiele aanschouwden, op het Berlijn van de volgende eeuw te slaan: “Nur wer im Wohlstand lebt, lebt angenehm!” De hemel boven Berlijn kleurt rood. De meest fascinerende metropool van Europa maakt zich op voor de nacht.
Stefan Louwers
Literatuur
Claudia Lemhoefer en Rudolf Stegers, Das Unternehmen Parlaments- und Regierungsviertel (Berlijn 1996).
Dirk Nishen, Info Box. Der Katalog (Berlijn 1996).
Günter Schneider en Peter Schubert, Berlins Baustellen. Wer baut wo? Die grossen Bauprojekte im Überblick (Berlijn 1997).
Verleden Tijd Schrift 3 (1997) 25-29.

