
Berlin ist nicht. Berlijn is nooit geweest ook: vernietigd door de Tweede Wereldoorlog, verdeeld door de Koude Oorlog – Berlin wird. Dat is het duidelijkst zichtbaar op en rondom de Potsdamer Platz. In de Goldenen Zwanzigern het drukste verkeersplein van Europa, van 1933 tot 1945 het machtscentrum van het Derde Rijk, na de oorlog een niemandsland, van 1961 tot 1989 gescheiden door de Muur. Hier is het leven een Baustelle. Nu de Muur gevallen is en de beide Duitslanden wiedervereinigt zijn, bezetten hijskranen de ruimte op de Potsdamer Platz. De rest van de stad staat in de steigers. Berlijn maakt zich op voor de volgende eeuw.
Op zondagavond 27 september schakelen de Duitse televisiezenders voortdurend tussen de redes van de komende en gaande man van de Bondsrepubliek Duitsland. Na zestien jaar Kohl stemt het Duitse volk voor het eerst na 1945 tegen een zittende regering. De nieuwe kanselier, Gerhard Schröder, liet na zijn verkiezing doorschemeren de Umzug van parlement en regering van Bonn naar Berlijn niet af te wachten. Als kwartiermaker van de ‘Berliner Republik’ vertrekt hij berin volgend jaar naar het hart van voormalig Oost-Berlijn waar hij tijdelijk zal resideren in een betonnen gebouw waar boven de ingang een glas-in-lood-raam de revolutie van alle arbeiders predikt.
Op vrijdagmorgen 2 oktober brengen de Duitse televisiekanalen beelden van de opening van het eerste prestigieuze project op de Potsdamer Platz, de ruimte die het nieuwe hart van een herenigd Berlijn moet vormen.
Der Himmel über Berlin
In de film Der Himmel über Berlin (1987) van Wim Wenders loopt acteur Curt Bois als een hoogbejaarde historicus mijmerend over een lege stadssteppe: “Hier muss er doch irgendwo sein? Ich kann den Potsdamer Platz nicht finden.”
Een Berliner van zijn leeftijd heeft de tijd nog meegemaakt dat de Potsdamer Platz het drukste verkeersplein van Europa was. Hier kruiste Reichsstrasse 1 – de verbinding tussen Aken en Königsberg – met de tweehonderd jaar oude Potsdamers Strasse, een onderdeel van de West-Ost-Fernstrasse van Parijs naar Petersburg. De Goldenen Zwanzigern die volgen op het einde van het Duitse keizerrijk duren niet lang. Aan het einde van de jaren twintig verlammen de economische wereldcrisis en de gepolariseerde binnenlandse verhoudingen het democratische proces. De radicaalste anti-democraat krijgt de gelegenheid op te treden als redder van Duitsland. Berlijn wordt onder Hitlers heerschappij hoofdstad van het Derde Rijk. Vanaf 1933 bezet de Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij de ten noorden van de Potsdamer Platz gelegen Rijksdag.
Het nieuwe regime laat al snel zijn ware karakter zien. Om Marinus van der Lubbe voor het in brand steken van de Rijksdag te kunnen berechten, wordt met terugwerkende kracht een wet ingevoerd waarmee hij ter dood kan worden veroordeeld. Andere politieke tegenstanders volgen. In de kelders van de Gestapo en SS – de Topographie des Terrors – wordt gemarteld, even verderop, in de Wilhelmstrasse, ontvangen partij- en regeringsleiders hun gasten met grandeur.
Even buiten Berlijn, in een villa aan de lieflijke Wannsee, werd op een winterdag in 1941 de aanzet gegeven tot de georganiseerde massamoord op Europese joden. Een korte bijeenkomst die het Wannseeprotocol oplevert, de blauwdruk voor de Shoah.
Ver voor de beloofde duizend jaar wankelde het Derde Rijk. In het laatste oorlogsjaar werd Berlijn continu gebombardeerd. De omgeving rondom de Potsdamer Platz wordt door de nabijheid van het regeringscentrum in de Wilhelmstrasse het zwaarst getroffen. De machthebbers leven net als de bevolking bijkans ondergronds. Hitler pleegt in de bunker onder de tuin van de Rijkskanselarij zelfmoord. Het Rode leger bevrijdt in mei 1945 de stad. Duitsland en Berlijn worden gesplitst in Amerikaanse, Britse, Franse en Russische zones. Uit de eerste drie zones komt de Bondsrepubliek voort, uit de laatste de Duitse Democratische Republiek.
Om het vluchten van oost naar west te verhinderen, bouwen de Oostduitsers op 13 augustus 1961 een muur tussen Oost- en West-Berlijn. De Muur wordt het symbool van de Koude Oorlog, een gewapende vrede die tot aan het eind van de jaren tachtig duurt en nergens zo zichtbaar is als in Berlijn. West-Berlijn is een eiland. De Potsdamer Platz, waar de Muur midden overheen loopt, een niemandsland.
Op de avond van 9 november 1989 wordt het onvoorstelbare waarheid. Kort na de viering van het veertigjarig jubileum van de DDR meldt een regeringscommuniqué plotseling dat de reisbeperkingen van Oost-Duitsers zijn opgeheven. De grensovergangen tussen oost en west worden geopend. De Muur is gevallen. Het optimisme kent in de eerste uren geen grenzen. Ossi’s verzilverden hun honderd mark begroetingsgeld in het decadente Kaufhaus des Westens. Een jaar later is de Wiedervereinigung een feit.
Op het grasveld voor de Rijksdag volgt het volk de plechtigheid, bijgelicht door tientallen blauwe politiezwaailichten die de gebeurtenis een onheilspellend karakter geven. In de daaropvolgende jaren saneert de Treuhandanstalt Oost-Duitsland vanuit het oude luchtvaartministerie van Göring in de Wilhelmstrasse. De hoge verwachtingen van veel Oostduitsers komen niet uit. De decennialange scheiding op politiek, economisch, cultureel en mentaal gebied laat haar sporen na. Het verlangen naar de geordende goeie oude Oostduitse tijd verzamelt zich in de PDS.
Potsdamer Platz
Anno 1998 is de Potsdamer Platz niet meer te vermijden. Overal vanuit de stad zijn de torenhoge hijskranen te zien die het nieuwe hart van Berlijn vorm moeten geven. Weg is de tot weemoed stemmende leegte die tevoorschijn kwam nadat de Muur was afgebroken.
De val van de Muur leverde een weids braakliggend terrein op, de duurste bouwgrond van Duitsland, een ideaal terrein voor hemelbestormende projecten. De stadssteppe van weleer is gevuld met tientallen hijskranen en duizenden bouwvakkers. Op het mistroostige terras van een Imbiss bij de toegang tot het S-Bahn-station Potsdamer Platz heb je uitzicht op relicten van de Muur, de rode InfoBox waar op propagandistische wijze de Potsdamer projecten worden gepresenteerd en de daarachter verrijzende contouren van wat het nieuwe centrum van Berlijn moet worden. “Die Mitte einer Metropole entsteht völlig neu“, zoals Manfred Gentz, lid van de raad van bestuur van Daimler Benz bij de presentatie van de bouwplannen opmerkte.
Bij het bouwrijp maken van de grond kwam onde rhet braakland de Potsdamer Platz waarnaar Curt Bois zocht tevoorschijn. Bouwvakkers vonden sporen van het bruisende stadsleven uit de jaren twintig. Porseleinen kopjes en schotels van Café Josty, een Löwenbrau-bierpul, wijnglazen, het deksel van een Schultheiss-biervat. Deze vondsten contrasteren sterk met die uit de laatste oorlogsjaren: granaten, geweren, een half Stalin-orgel, gesmolten vensterglas als gevolg van de bombardementen. De meest lugubere vondst was het behelmde doodshoofd van een jonge soldaat; zijn resten werden bijgezet in het graf van de onbekende soldaat aan Unter den Linden. Een verzameling van de gevonden voorwerpen wordt tentoongesteld in de Debis-centrale aan het Landwehr-kanaal.
Debis is de investeringsmaatschappij van het Daimler-Benz-concern dat op 29 oktober 1994 als eerste een steen legde voor een project op de Potsdamer Platz. Het project van de architecten Renzo Piano en Cristoph Kohlbecker is inmiddels voltooid. In het midden van hun project situeren zij een Piazza, een theaterplein, als uitbreiding van het geïsoleerde West-Berlijnse cultuurcentrum, het Kulturforum. Aan de achterkant van de Staatsbibliotheek verrijzen nu een musical- en varietétheater, een casino en het Hotel Grand Hyatt Berlin. Dit theaterplein moet de Potsdamer Platz nieuwe gouden jaren bezorgen.
Sony Center
Het tweede grote project is het Sony Center Am Potsdamer Platz dat rond 2000 zal worden opgeleverd. Het driehoekige Sony Center van Helmut Jahn omvat – naast het Europese hoofdkantoor van Sony – in het midden een met staal en glas overdekt binnenplein, een Imax-theater, een bioscopencomplex, kunstfilmhuis Arsenal en de Berlijnse film en televisie-academie.
In het futuristisch ogende centrum wordt teruggekeerd naar de jaren twintig, de bloeitijd van de Duitse cinema. Het Filmhaus en de Deutsche Mediathek tonen hier voor het eerst hun collecties in een permanente tentoonstelling. De koffers van Marlene Dietrich worden uitgepakt. In de mediatheek kan zeventig jaar Duitse radio worden beluisterd en vijfenveertig jaar Duitse televisie worden bekeken. Daarmee is opnieuw de cirkel rond: de eerste officiële Duitse radio-uitzending vond op 29 oktober 1924 plaats vanuit het Voxhaus op de Potsdamer Platz. Onderdelen van het in 1911 opgeleverde prestigieuze Grand Hotel Esplanade worden opgenomen in de gevel van het Sony Center. De Kaiser– en Frühstücks-zaal zijn vijfenzeventig meter verplaatst om ruimte te scheppen voor de verbreding van de Neue Potsdamer Strasse. De oude zalen worden gerestaureerd en als Esplanade Residenz gebruikt als café, restaurant en conferentieruimte.
Sporen
De Potsdamer Platz wordt net als in de vooroorlogse jaren een belangrijk verkeersknooppunt. De Berlijnse ambities maken een uitbreiding en aanpassing van de infrastructuur noodzakelijk. Deutsche Bahn investeert 20 miljard mark om van Berlijn een spoorgeörienteerde stad te maken; vanuit alle windrichtingen te bereiken met hogesnelheidstreinen.
Het meest prestigieuze project is een drieëneenhalve kilometer lange verkeerstunnel onder het park Tiergarten – de grootste stedelijke tunnel van Europa – met vier treinsporen, twee metrosporen en de vierbaansweg B96. Tiergarten, dat ten noordwesten van de Potsdamer Platz ligt, wordt als park weer één geheel en daarmee een mooie omgeving voor de villa van de Bondskanselier die – tegen alle milieuverordeningen in – hier gebouwd word. Om het tunnelgedeelte onder de Spree aan te leggen, is de rivier tijdelijk honderd meter verlegd. De tunnel eindigt bij het Lehrter Bahnhof, aan de noordkant van de Spree, dat met 240.000 dagelijkse bezoekers het belangrijkste station van Berlijn zal worden. Omdat dit station gebouwd wordt in het voormalige Oostduitse deel van de stad, betekent dit een flinke economische impuls voor de jarenlang verwaarloosde omgeving.
S-Bahn
Sinds de Wende is het vervoersmiddel van Berlijn: de Berliner Stadtbahn oftewel de S-Bahn gerevitaliseerd. Vier sporen voeren je op een acht meter hoge wal in een 8,8 kilometer lange boog van Bahnhof Zoo (het voormalige centraal station van West) naar het Hauptbahnhof (het voormalige centraal station van Oost) en schenken onderweg onverwachte blikken op het veranderende Berlijn.
Het ondergrondse S-Bahnhof Potsdamer Platz ligt decennialang in het niemandsland tussen oost en west en is na 1989 een ideale locatie voor een illegale techno-party. De S-Bahn raakt in verval na de scheiding van Oost- en West-Berlijn. In het Oosten blijft de S-Bahn het belangrijkste vervoersmiddel, in het westen is alleen het traject tussen Bahnhof Zoo en de Wannsee nog bereisbaar. Na de hereniging ziet het stadsbestuur het belang in van de S-Bahn als levensader voor Berlijn. Het bovengrondse spoornet is niet alleen een populair vervoersmiddel; de loze ruimte onder de sporen is afwisselend ingericht als café, winkel, atelier en bedrijfspand. Alle stations worden gerenoveerd. Terwijl boven je de treinen af en aan rijden kun je een Kristallweizen drinken in de Ierse pub onder station Hackescher Markt.
Brandenburger Tor
Ten noorden van de Potsdamer Platz ligt de Brandenburger Tor, hét geïsoleerde symbool voor vrijheid tijdens de Koude Oorlog. De Muur liep er vanuit het westen bezien in een boog achterlangs. Dit toeristische centrum is net als ten tijde van het Keizerrijk ingekapseld door ambassades en banken, nieuwbouw op basis van de ontwerpen uit de Wilhelminische periode.
Hotel Adlon aan de Pariser Platz is op een zelfde wijze herrezen. Lorenz Adlon bouwt aan het begin van deze eeuw dit prestigieuze hotel met de financiële steun van Keizer Wilhelm II, die er zijn gasten onderbracht en feesten en banketten organiseerde. De functie van officieus regeringsverblijf maakt het op de hoek met de Wilhelmstrasse gelegen Adlon ook gedurende het Derde Rijk waar. Kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog gaat het hotel in vlammen op, het motief en de dader(s) zijn een mysterie gebleven. Deze brand markeert het einde van een periode die voor Berlijn begon met een andere mysterieuze brand, op een steenworp afstand van het hotel.
Rijksdag
Op 27 februari 1933 dringt Leidenaar Marinus van der Lubbe de Rijksdag binnen. Tot propagandistisch genoegen van de NSDAP brandt het gebouw af. Op de ruïnes van de Rijksdag hijsen Russische soldaten twaalf jaar later de sovjetvlag. De Bondsrepubliek herbouwt in de jaren zestig de Reichstag en laat in het gebouw haar beeld op de Duitse geschiedenis zien met de permanente tentoonstelling: ‘Fragen an die Deutsche Geschichte’.
Op 20 juni 1991 besluit de Bundestag de Duitse parlements- en regeringszetel van Bonn naar Berlijn te verplaatsen. Het parlement keert daarmee terug in het huis waar in de jaren dertig de democratie ten grave werd gedragen.
De Reichstag krijgt een grondige face-lift. Als kroon plaatst de Britse architect Norman Foster een grote koepel van staal en glas op het vernieuwde parlementsgebouw, een variant op de koepel die tot de brand in 1933 de Rijkdag tooide. Deze koepel vormt een vijftig meter hoog openbaar uitzichtspunt en zal ’s nachts blauw verlicht worden. Alsof een UFO vanuit de Himmel über Berlin is neergedaald.
Een lege plek
Temidden van alle bouwactiviteiten op en rondom de Potsdamer Platz is er één plek die vooralsnog leeg blijft, tussen het S-Bahnstation Potsdamer Platz en het Brandenburger Tor, aan de achterkant van de gebouwen aan de Wilhelmstrasse, waar ondergrondse bunkercomplexen de machthebbers van het het Derde Rijk beschermden tegen de geallieerde bombardementen. Deze plek is al jaren gereserveerd voor een monument ter nagedachtenis aan de in de Tweede Wereldoorlog vermoorde joden, maar de realisatie ervan wordt getraineerd door een brede en heftige maatschappelijke discussie. De ontwerpen getuigen vaak van een zelfde megalomanie en esthetiek als de plannen van Hitler en zijn rijksarchitect Speer voor de wereldhoofdstad Germania: een tot negen meter oplopende betonnen plaat van 106 bij 142 meter waarop namen van vermoorde joden gegraveerd zijn, of het overweldigend woud van metershoge betonblokken dat nog steeds de meeste kans maakt gerealiseerd te worden. De Hongaarse schrijver György Konrad stelde voor op deze ‘schuldige’ plek een speeltuin te bouwen, door zes miljoen vermoorde joden postuum aangeboden aan de kinderen van Berlijn.
Liefst laat men het Gelände für das geplante Denkmal leeg. Het herinnert dan niet alleen aan de nooit teruggekeerde joden, het zal ook herinneren aan het platgebombardeerde niemandsland dat de Potsdamer Platz tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en het einde van de Koude Oorlog was. Een plek waar je temidden van alle nieuwbouw tot in lengte van dagen kunt mijmeren over alles wat verloren ging in een bewogen Duitse eeuw.
Stefan Louwers
Stefan Louwers is historicus
JASON Magazine 3-4 (1998) 8-11.
Postscriptum JASON Institute for Peace and Security Studies
