
Dit wordt geacht nu één stad te zijn, maar in wezen is er na de ‘Wende’ weinig veranderd. De zichtbare muur is neergehaald, maar een onzichtbare scheidingswand is nog aanwezig. Oost- en West-Berlijn dragen beide de stempel van hun ruim veertig jaar gescheiden ontwikkeling. Berlijn bevindt zich opnieuw op een snijpunt van haar geschiedenis, tussen wat was en wat komen gaat. Het heden doet niet zo ter zake. Belangrijker is het opruimen van relicten uit het verleden en het ontwerpen van plannen voor de toekomst.
Het is vijf uur ’s morgens. Acht uur eerder is vanuit Hoek van Holland de nachttrein naar Berlijn vertrokken. Zoals bij elke stop ben ik benieuwd naar de naam van het station. In zwarte gotische letters staat op een wit bord ‘Berlin-Wannsee’. Als eerste denk ik aan de historische betekenis van deze plaats, daarna besef ik pas dat we over een kwartier al uit moeten stappen.
Een paar uur later lopen we door de Berlijns Zoo. We betreden het beroemde aquarium waar vissen, reptielen en andere enge beesten achter glas bewegen. Het valt op dat ze allemaal door het glas heen lijken te willen breken. Ter plekke verzinnen we een metafoor voor de situatie die tot 1989 bestond, toen Duitsland en vooral Berlijn door een Muur gescheiden werden. De Oost-Duitsers zijn de visjes en kunnen de uiterlijke verworvenheden van het kapitalisme zien. Wij zijn de West-Duitsers die het aquarium in kunnen, maar het ook weer kunnen verlaten. De vissen willen ook vrij zijn en baden in de luxe van het Westen. Als het glas gebroken wordt, stroomt het water, de kunstmatig gecreëerde eenheid weg, en wordt het moeilijker te overleven in een veranderde buitenwereld.
Wij gaan oostwaarts. Vanuit de luxe winkelstraten rondom de Kurfürstendamm, waar het Kaufhaus des Westen zelfs leeuwenvlees verkoopt, reizen we met de S- en Strassenbahn naar Oost-Berlijn. Ons hotel blijkt zich in de socialistische nieuwbouwwijk Marzahn te bevinden. Opnieuw wordt het idee bevestigd dat de nieuwbouw in het Oostblok door één en dezelfde architect werd vormgegeven. Hij houdt van zeer brede straten, lompe grijze flatgebouwen en kale vlaktes.
Oost-Berlijn
We keren terug naar het centrum en kopen kaartjes voor de laatste uitvoering van Brechts ‘Dreigroschenoper’ door het Berliner Ensemble. Een theatergezelschap dat door Brecht zelf werd opgericht, waarvan het theater in de buurt van het voormalige grensstation Friedrichstrasse aan de Spree gelegen is. Tot grote schrik van het publiek begon de opvoering met een rock-versie van de ‘Morität von Mackie Messer’, maar zakte daarna weer in tot een weinig vernieuwende, gezapige opvoering, zo passend in de oude SED-lijn.
Iets verderop in het voormalige Oost-Berlijn ligt de Oranienburgerstrasse, waar nog tijdens het communistische regime voor de allereerste keer in het Oostblok huizen werden gekraakt. De bewoners vormen er het soort alternatieve woongemeenschappen dat in Nederland alweer bijna verdwenen is. Temidden van deze vaak verwaarloosde huizen staat de mooie, grote Joodse synagoge die vernield werd in de Tweede Wereldoorlog en nu gerestaureerd wordt. Een karwei dat pas in 1995 zal klaarkomen.
In het oude machtscentrum van Oost-Berlijn rondom de Marx-Engels-Platz ligt tegenover het parlementsgebouw – dat wegens de aanwezigheid van asbest gesloten is – een gebeeldstormde Lenin. Hij ligt op zijn rug, iemand heeft hem een rode roos in zijn stenen hand gestopt. De Marx-Engels-Platz waar vroeger militaire parades werden afgenomen, wordt nu onteerd met een alternatief feest met muziek en vuurwerk. ‘Schrott und Feuer’ heet het spektakel en zo klinkt het ook. Aan de mooie straat Unter den Linden ligt de Bebelplatz waar op instigatie van Goebbels boeken van ‘Exil’-schrijvers als Thomas Mann verbrand werden. De Deutsche Oper opent op de schuldige Berlijnse keien van de Bebelplatz nog elk jaar feestelijk haar seizoen.
Checkpoint Charlie
Bij Checkpoint Charlie zijn wat gerangschikte muurmemorabilia achter prikkeldraad opgesteld. Daar waar vroeger de grensterminal stond, rest alleen een grote vlakte, verkocht of nog te verkopen aan een Amerikaanse ondernemer. We betreden het bij het Checkpoint gelegen café Adler, waarvanuit Cees Nooteboom evenals vele collega-schrijvers en journalisten de episoden rondom de val van de Muur (uit zijn Berlijnse Notities) beschreef. Aan het juiste tafeltje gezeten, heb je uitzicht op het beroemde bord met de tekst: ‘You’re now leaving the American sector’.
Richting de Potsdamer Platz volgen we de nu denkbeeldige lijn waar de Muur heeft gestaan. Een groot gedeelte is nog in werkelijkheid aanwezig, evenals het pad waarover de Vopo’s patrouilleerden en nu een bestelbusje met groot licht op, passanten opschrikte en zo ’s avonds iets van die sfeer terugkwam.
Hitler-bunker
Berlijn lijkt terug te willen naar het Keizerrijk, de periode voor de Weimar-republiek. De Wilhelmstrasse waaraan tot in het Derde Rijk de Duitse regeringsgebouwen gevestigd waren, is nu een rustige straat met appartementengebouwen. Het hoofdkwartier van de Treuhandanstalt is er gevestigd in het gebouw van het oude luchtvaartministerie van Göring. Naast de plek waar vroeger de Reichskanzlerei stond, zetelt deze organisatie die de failliete industriële en ook culturele boedel van Oost-Duitsland bij opbod mag verkopen. Ergens in het kale gebied tussen de Potsdamer Platz en de voormalige tuin van de Reichskanzlerei, de ‘Topographie des Terrors’, liggen onder de grond de restanten van de Nazi-bunkers. Volgens een politieagent kunnen we de overblijfselen bij de ‘Neubauten’ vinden. De geruchtmakende inspectie van enkele bunkers door historici heeft net plaatsgevonden. De naïeve muurschilderingen die in de SS-vertrekken werden aangetroffen, worden net als alles wat ermee samenhangt, liefst zo snel mogelijk vergeten opdat de bouw van de Potsdamer Platz er geen hinder van ondervindt. Duitsland bouwt op haar geschiedenis.
We rusten even uit op een bult in het niemandsland waar de Muur stond en blijken later daarmee op de bunker van Hitler te hebben gezeten.
Potsdamer Platz
Op een avond lopen we andermaal over de Potsdamer Platz, het verkeersplein van het oude Europa, waarover de oude Reichsstrasse 1 een verbinding tussen Aken en Königsberg (Kaliningrad) maakte. De grote, lege vlakte die binnenkort zal veranderen in een bouwput. Een alternatieve woongemeenschap heeft met woonwagens en caravans ondertussen van een deel bezit genomen, verderop vindt een ondergrondse house-party plaats en weer daarachter is een Middeleeuws dorp opgezet. De architecten Hilmer und Sattler hebben in opdracht van het stadsbestuur voor de Potsdamer Platz een nieuwbouwplan ontworpen dat met een maximale hoogte van 35 meter, de Berlijnse maat van 22 meter overschrijdt. Concerns als Sony en Daimler-Benz gaan zelfs nog hoger bouwen en bevuilen daarmee die weemoedige lege stadssteppe, die de Potsdamer Platz nu is.
De brede strook vanaf de Potsdamer Platz naar de Brandenburger Tor zal ook in de toekomst onbebouwd blijven. Er komt een parkachtige fiets- en wandelboulevard en misschien wat leuke abstracte kunstwerken die de voormalige scheiding aanduiden. Wij dachten zelf aan een glazen wand.
Brandenburger Tor
Voor de Brandenburger Tor ligt de Pariser Platz, waaraan in een gebouw een tentoonstelling over ‘Deutsche Fahne’ werd gehouden. Op de gevel van het pand werden derhalve alle nationale Duitse vlaggen opgehangen. De organisatie was zo tactvol geweest om – net voor de Brandenburger Tor en de Reichstag – de Duitse vlag van tussen 1933 en 1945, dus met hakenkruis, op te hangen. Op 27 juni 1991 haalde de Spartakist-Arbeiterpartei Deutschlands (jawel, ze bestaan nog) tijdens een nachtelijke actie de vlag terecht weg.
Onder de Brandenburger Tor mogen auto’s rijden, door de poort waar eerst alleen de Duitse keizers en Napoleon mochten passeren. Alle toeristencliché’s worden hier bevestigd. Voor het Tor, op de Pariser Platz, is het Place du Tertre van Berlijn gevestigd. Russen en Polen verkopen hier hun communistische kitsch, waaronder Lenin-borstbeeldjes en speldjes, aan kapitalistische toeristen. Een Japanner vraagt – staande voor het betreffende object – “Excuse me, is this the Brandenburger Tor?”, alvorens er een foto van te nemen. En iemand met een leren jasje aan en een kaalgeschoren hoofd, steekt op het bordes van de Reichstag zijn rechterhand omhoog.
Tijdens het Keizerrijk was de Brandenburger Tor ingebouwd tussen de ambassades die toen rondom de Pariser Platz gevestigd waren. Volgens nieuwbouwplannen moet de Tor – die metafoor voor de vrijheid uit de Koude Oorlog – opnieuw op een dergelijke wijze ingekapseld worden.
Reichstag
Philip Scheidemann, partijvriend van Ebert, riep vanuit een raam van de Rijksdag op 9 november 1918 de Duitse republiek uit. Dat feit wordt gememoreerd met een plaquette en elk jaar gevierd. Sinds kort kan op dezelfde dag worden herdacht dat in 1990 Duitsland op dezelfde plek weer één werd. Over de Rijksdagbrand van 27 februari 1933 wordt niets gemeld. De naam Marinus van der Lubbe is hier niet eens bekend.
De geschiedenis laat overal haar sporen achter in de vorm van monumenten en plaquettes achter. Bij het U-Bahnhof Nollendorfplatz hangt een granieten driehoek met het opschrift: “Totgeschlagen. Totgeschwiegen. Homosexuelle Opfern des Nazismus”, iets waarover op de officiële Duitse geschiedenis-tentoonstelling in de Reichstag wederom gezwegen wordt. De tentoonstelling duidt juist de continuïteit aan in de vorming van een parlementaire democratie in Duitsland, met als voetnoot met een zwart randje de jaren tussen ’33 en ’45.
Van de politieke samenstelling van de Reichstag werd een klank- en lichtspel gemaakt. In een maquette van de vergaderzaal drukken lichtjes op de plaatsen van de afgevaardigden hun politieke kleur uit. Daarmee wordt het een cynisch verteld verhaal. Over het door nieuwe verkiezingen verdwijnen van steeds meer kleuren, tot er één overblijft, net zo bruin als het hout van de bankjes.
In het gedeelte van de tentoonstelling over de Weimar-republiek hangt op een glazen scheidingswand voor een kantoorgedeelte een zoekbevel naar ‘Terroristen in Zusammenhang mit den Straftaten der RAF’. De beloning bedraagt 50.000 DM. Verderop hangt eenzelfde affiche, maar dan opgenomen in het naoorlogse gedeelte van de tentoonstelling.
Buiten de Reichstag, op de Reichstagufer aan de Spree, staat het ‘Gedenkstätte für die Opfer der Berliner Mauer’. Een aantal kruizen met namen van slachtoffers zijn tegen een hek gezet met bloemen ervoor. Dit provisorische ‘Denkmal’ is emotioneel veel treffender dan een officieel monument, maar moet verdwijnen voor de parkeergelegenheid van toekomstige Reichstag-afgevaardigden. Als alternatief is een kopie van het monument in de nieuwe regeringswijk voorgesteld, maar een dergelijk spontaan opgericht protest zou juist voor de Reichstag moeten blijven staan. Een lid van de VOS, ‘Vereinigung der Opfer des Stalinismus’, bewaakt de plek zodat deze niet heimelijk wordt gesloopt.
Alexanderplatz
De huidige Alexanderplatz is totaal anders dan de vooroorlogse versie, bekend uit het boek Berlin Alexanderplatz van Alfred Döblin en de gelijknamige televisieserie van de regisseur Rainer Werner Fassbinder. Aan hem werd naar aanleiding van zijn tiende sterfjaar in de Fernsehturm een indrukwekkende tentoonstelling gewijd. De 189 meter hoge Fernsehturm werd op 3 oktober 1969 geopend en was naast de Brandenburger Tor vrijwel het enige wat de West-Duitsers van Oost-Berlijn zagen en is nu nog steeds een toeristische trekpleister.
Vanaf de met betonnen gebouwen omzoomde Alexanderplatz begint in oostelijke richting de Karl-Marx-Allee, een ‘showcase’ van socialistisch bouwen uit de jaren vijftig, met als grondstof het puin uit de oorlog. In deze opbouwwijk stond vroeger een groot Leninbeeld op de Leninplatz, nu is het beeld weg en heet het hier Platz der Vereinigten Nationen.
Wannsee
De laatste dag besteden we in Groot-Berlijn, het gebied buiten de werkelijke stad. We betreden het in bosachtig gebied gelegen Olympisch stadion, dat tussen 1 en 16 augustus 1916 het decor was van een propagandavertoning. Vanaf de galerij van het stadion – met die enge fakkelhouders – heb je uitzicht op de nu met grote satelliet-ontvangers uitgeruste Teufelsberg, gebouwd met het puin van de door Tweede Wereldoorlog verwoeste stad. Even verderop ligt het S-Bahnhof Olympiastadion, dat toentertijd als aankomstplaats voor het openbaar vervoer diende en nu geheel vervallen is. Het is alleen bereikbaar door over een hek te klimmen en je van een talud naar beneden te laten glijden. Maar dat hebben we er voor over, hier zie je in extenso de werking van de tijd; een plek door mensen gemaakt, waar nu geen mensen meer komen.
Verderop naar het Westen ligt Spandau, een naam die meteen een verwijzing oproept naar de Spandau-gevangenis waar Hess en andere oorlogsmisdadigers gevangen zaten. In de Wilhelmstrasse zoeken we naar de plaats waar de gevangenis stond. Naar mate we langer moeten zoeken, lijkt het belang van die plek steeds minder. We keren voortijdig om en rijden wat later met een dubbeldeksbus vanuit Wannsee naar de Glienicke Brücke, waar West-Berlijn ophield en Oost-Duitsland begon. De bus rijdt over de brug en draait dan weer om, de reis moet vervolgd worden met een Oost-Duitse tram. De scheiding is er nog in het openbaar vervoer. De brug zelf is niet meer alleen aan spionnen voorbehouden en daarmee van haar geheimzinnigheid ontdaan.
Terug in Wannsee – een vakantieoord voor gegoede Berlijners – zoeken we naar de villa waar op 20 januari 1942 onder leiding van Heydrich de conferentie plaatsvond waarop de ‘Endlösung der Judenfrage’ vorm kreeg. Begin dit jaar werd, vijftig jaar na dato, in de villa een museum over de ‘Wannsee-Konferenz’ geopend, dat bij onze komst net gesloten bleek. Duidelijk werd wel dat de inhoud van het besluit contrasteerde met de idyllische omgeving waarin het tot stand kwam.
Marzahn
De dagelijkse wandeling vanuit het hotel naar het S-Bahnhof maakte veel duidelijk over de situatie waarin Duitsland zich nu bevindt. Het enige wat in Oost-Duitsland lijkt te zijn veranderd, is de vestiging van Westerse automobielbedrijven en het plaatsen van bill-boards met reclames langs de wegen. Men kan de mogelijkheden van een Westerse levensstijl wel zien, maar deze niet meemaken. Dit sociale spanningsveld wordt zichtbaar in de mentaliteit die na Rostock in Duitsland tot uiting komt. Een gedeelte van de Oost-Duitse bevolking vond het vroeger beter, een ander deel zoekt niets en niemand ontziend, mogelijkheden in de toekomst. De muur is gevallen, het glas is gebroken. Op het breukvlak tussen verleden en toekomst lijkt Duitsland te balanceren tussen haat en moedeloosheid.
Stefan Louwers
Stefan Louwers studeert Nieuwste Geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.
Verleden Tijd Schrift 1 (1993) 11-15.
Postscriptum Het exemplaar van Verleden Tijd Schrift met mijn eerste artikel bleek te ontbreken in mijn persoonlijk archief. Met dank aan de medewerkers van de Studiezaal Erfgoedcollecties van de Universiteitsbibliotheek van de Radboud Universiteit en het Katholiek Documentatie Centrum, Nijmegen. Daar is Het Verleden Tijd Schrift gearchiveerd: https://ru.on.worldcat.org/oclc/72986713.

