“Mit dem Ruecken an einer kurzer Betonsockel gelehnt eingeschlafen, August 1981”

Ergens in… Oostenrijk. Arlberg

Arlbergpas (1800 meter) © 2026, 2023 Stefan Louwers

De Arlberg bestaat niet. Wat Nederlandse reisgidsen ook mogen beweren, je zult de top van deze berg nergens vinden. Arlberg is de benaming voor een hooggebergte plateau in het noordwesten van Oostenrijk, afgeleid van Arlen, zoals zwerfkeien daar genoemd worden. Tezamen met het Tannberg-plateau vormt ze de belangrijkste waterscheiding in Europa; tussen de Rijn en de Donau, de Noordzee en de Zwarte Zee. Het Arlberg-gebied is bekend door mondaine wintersportoorden als St. Anton am Arlberg, Zürs en Lech. De bakermat van het alpineskiën. ‘Ergens in…’ beklom een berg die niet bestaat.

Voor Arlberg ligt, logischerwijs, Vorarlberg, het kleinste en meest westelijk gelegen Bundesland van Oostenrijk. Dit is een streek die sterk verschilt van het achter Arlberg gelegen Tirol. Vorarlberg wekt meer de indruk het zevenentwintigste kanton van Zwitserland te zijn. Vanaf de Middeleeuwen wordt deze streek vooral bevolkt door boeren van ‘Alemannischen (Zwitsers-Duitse) afkomst. Zij streefden lange tijd naar een vorm van onafhankelijkheid, maar werden na het Congres van Wenen in 1815 opgenomen in het Oostenrijkse keizerrijk. Na de ineenstorting van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie sprak in 1919 het merendeel van de Vorarlbergers zich in een opinieonderzoek uit voor aansluiting bij Zwitserland. De overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog wilden echter niets van deze wens weten.

Zo bleef Vorarlberg staatkundig bij Oostenrijk horen. De belangrijkste klimatologische grens met Tirol en de rest van het land wordt gevormd door het Arlberg-gebied. In het dorpje Langen, voor de Arlbergpas, heerst een zeeklimaat en valt jaarlijks tweemaal zoveel neerslag als in het achter de pas in een landklimaat gelegen St. Anton. Ook in volkenkundig, cultureel en historisch opzicht vormt Arlberg een belangrijke grens.

Die grens werd in de afgelopen eeuwen door een verbeterende infrastructuur stukje bij beetje afgebroken. In 1875 was de Arlbergpasweg voltooid; het was de belangrijkste verbinding tussen Zwitserse en Oostenrijkse steden. In 1880 kwam er keizerlijke goedkeuring voor het parlementaire besluit om een Arlbergspoortunnel te bouwen. ‘Oberbaurat’ Julius Lott was de hoogstgeplaatste van diegenen die bij de aanleg ervan kwamen en kreeg derhalve ter nagedachtenis een monument bij de uitgang in St. Anton. Vanaf 1884 is de tien kilometer lange tunnel in bedrijf. Daardoor beschikt St. Anton als dorpje van 2200 inwoners nog steeds over een internationaal treinstation met directe verbindingen naar Hamburg, Brussel, Basel, Parijs, Boedapest en Wenen. In 1978 werd tenslotte een veertien kilometer lange autotunnel tussen Langen en St. Anton aangelegd, waardoor tegenwoordig onder alle weersomstandigheden de natuurlijke barrière van de Arlberg ontweken kan worden.

St. Anton am Arlberg

Na een nacht Duitse Autobahn komen we ’s morgens door de Arlberg-tunnel in St. Anton am Arlberg (1304 meter) aan. De sneeuwkettingen moeten om de autobanden worden gewikkeld om het boven het centrum van St. Anton gelegen pension Pepi Eiter te bereiken. Na het uitpakken van de bagage dalen we af voor een eerste blik in het autovrije centrum. De eerste indruk is die van een mondain wintersportoord. Een langgerekt dorp in een diep uitgesneden dal. Skiliften, mensen die met ski’s op hun schouders door de hoofdstraat lopen, veel pensions en luxueuze hotels. St. Anton is echter niet zomaar een wintersportplaats. Met de oprichting van de eerste alpineskiclub in 1901 zou hier het toeristische skiën uitgevonden zijn. Om het eeuwfeest te vieren heeft de gemeente zich kandidaat gesteld voor de organisatie van de skiwereldkampioenschappen in 2001. In het nabij ons pension gelegen Arlberg-Kandahar-Haus is, om de traditie te bevestigen, Museum St. Anton am Arlberg ingericht.

St. Anton is die zaterdagmiddag gevangen in een sneeuwstorm. De rest van ons reisgezelschap komt na vele ontberingen pas laat in de namiddag aan. De volgende dag eist de zware sneeuwval haar eerste slachtoffers. Terwijl we onwetend van het gevaar de ski’s hebben ondergebonden en onbezonnen de eerste pistes afdalen, komen vijf skiërs in dezelfde omgeving in lawines terecht. Een eenenzeventigjarige Duitser overlijdt ter plekke. De skilessen in St. Anton worden onderbroken. De skileraren worden geacht op zoek te gaan naar de onder lawines bedolven personen. Reddingshelicopters vliegen af en aan. Arlberg is ondanks alle technologische vooruitgang nog net zo’n onherbergzaam gebied als eeuwen geleden.

’s Avonds is het jaarlijkse ‘Bergrettungsball’ gepland, om geld in te zamelen voor de hulpverleners. Gemütlich wordt het niet, iedere aanwezige heeft van het onheil gehoord. In totaal komen die dag in Oostenrijk vijf mensen tijdens het skiën om het leven en zijn er zestien zwaar gewonden. De après-ski gaat ondanks alles door, het noodlot overkomt alleen anderen is de gedachte. In de Underground Bar wordt gepoold en gedart. De late uurtjes worden bereikt in disco Drop In, waar je plotseling oog in oog staat met Kim Wilde. St. Anton zit vol celebrities en is daarmee voor een Tirols dorp redelijk trendy. Jamiroquai nam niet voor niets boven St. Anton zijn videoclip op voor ‘The Return of the Space Cowboy’.

Stuben

De volgende dag stijgen we met een skilift naar de 2811 meter hoge Valluga. Vanuit het bergstation op de Valluga Grat is met een wankel vierpersoonsliftje de top te bereiken. Het uitzicht is overweldigend, de te skiën afdaling schrikbarend. We dalen over zwarte en rode pistes naar het 1400 meter lager, aan de Arlbergpasweg gelegen Stuben. “Ein merkwürdiges Oertchen. Der Volkswitz nennt es ‘des Kaisers grösste Stube’, denn sie hat 25 Oefen und es können 130 Leute drin wohnen”, zoals Ludwig von Hörmann meer dan honderd jaar geleden schreef. Veel veranderd is er niet. In Stuben wonen tegenwoordig honderd mensen in drieëndertig huizen. Het Alpendorpje is niet door het massatoerisme aangetast.

We pauzeren in Gasthof Post, een ’s middags grotendeels verlaten hotel. Eigenaar Niki Fritz* is als actief milieubeschermer sinds 1993 vice-president van het internationale World Wildlife Fund. In de hal van het hotel is een groot portret van Leni Riefenstahl te bewonderen, door haar opgedragen aan “Dem lieben Rudi”, Niki’s vader, de toenmalige eigenaar van het hotel. De vooral door haar nazi-propagandafilm Triumph des Willens bekend geworden Duitse cineaste was hier in de jaren twintig en dertig stamgast, ondermeer om bergfilms te maken. Arlberg is een van de Alpengebieden waar in de jaren twintig door geoloog Arnold Fanck een nieuw genre films werd gecreëerd. De bergfilm: een typisch Duits genre waarin de heroïsche strijd van de mens met het noodlot centraal stond. Wagneriaanse overlevingsdrama’s.

In 1919 richtte Arnold Fanck de Berg- und Sport-Film GmbH op. In een tijd dat de meeste Europese films nog in een studio werden gedraaid, verplaatste Fanck de camera naar het hooggebergte. Rondom Stuben draaide hij Sonne über den Arlberg. Schrijven en cineast Luis Trenker, die in veel Fanck-films als een John Wayne avant la lettre de hoofdrol speelde, maakte hier opnamen voor zijn Dolomietenfilm Berge in Flammen. Het bergdorp werd weliswaar in de Dolomieten gefilmd, maar het getoonde dorp was het pittoreske Stuben. 

Leni Riefenstahl zag in juni 1924 in Berlijn Fancks Der Berg des Schickschals. Even later ontmoette ze hoofdrolspeler Luis Trenker. Riefenstahl liet aan hem weten in de volgende Fanck-film mee te willen spelen. Ze zou in de daarop volgende jaren in vijf van zijn films acteren. De vierde film waarin ze een hoofdrol vervulde, Der weisse Rausch, werd in 1930 in het Arlberg-gebied opgenomen. In deze vrijwel handelingsloze film wordt Riefenstahl door skileraar Hannes Schneider ingewijd in de kunst van het skiën Ski-pionier Schneider, in werkelijkheid sinds 1906 skileraar, werd in 1890 in Stuben geboren. De door hem in 1921 opgerichte Schischule Arlberg viert dit jaar haar vijfenzeventig jarig bestaan.

Der weisse Rausch is nog steeds een hoogtepunt in het bergfilmgenre, “vielleicht der schönste Skifilm, der je gedreht wurde”, zoals Bandmann en Hembus in hun Klassiker des Deutschen Tonfilms schrijven. Een vrolijk schouwspel waarin het Arlberg-gebied de eigenlijke hoofdrol speelt, in tegenstelling tot de bergfilms die in de jaren dertig werden geproduceerd. Vooral door de films van Leni Riefenstahl raakte het genre min of meer besmet. In de eerste door haar geregisseerde film Das Blaue Licht (1932), verschoof de aandacht van de bergen naar de mensen die ze op heldhaftige wijze bedwongen. Hitler was zeer onder de indruk van Das Blaue Licht en zei haar: “Wenn wir an die Macht kommen, müssen Sie meine Filme machen.”

Zo geschiedde. Ook Fanck en Trenker werkten door onder de nieuwe orde van het Derde Rijk. Hun bergfilms uit de jaren twintig en dertig werden na de oorlog mede daardoor gezien als vroege vertegenwoordigers van de ideeën en idealen van het Derde Rijk. Volgens Siegfried Kracauer liep de hooggebergte-cultus vloeiend over in de Führer-cultus: “es [de bergfilm] wurzelte bereits in einer Gesinnung, die dem Nationalsozialismus verwandt war.” De Duitse censuur keurde in de jaren tussen 1933 en 1945 de bergfilms dan ook bij voorbaat goed. Ondanks de twijfelachtige antecedenten van het genre is er tegenwoordig weer veel belangstelling voor de bergfilm. Er van uitgaande dat film los gezien kan worden van haar politieke context en implicaties, is het genre vanuit cinematografisch oogpunt zeker de moeite van het bekijken waard. In St. Anton wordt dan ook een festival gewijd aan de bergfilm. Van 15 tot 21 september 1996 zal het ‘Filmfest St. Anton am Arlberg. Berge, Menschen, Abenteuer’ worden gehouden.

Arlbergpas

Na de lunch in Gasthof Post in Stuben stappen we in de Albona-stoeltjeslift. Via de Albonagrat (2400 meter) willen we terugskiën naar St. Anton. De skiweg blijkt echter gesperrt wegens lawinegevaar. Met de laatste lift gaan we weer naar boven. In de heersende sneeuwstorm is de piste nauwelijks nog te volgen. Als reddende engelen doemen uit de mist de jongens van de pistebewaking op. Na sluiting van de liften maken ze een controletocht over de pistes, om iedereen heel beneden te krijgen. Een half uur en vele valpartijen later komen we aan op een lege parkeerplaats op het hoogste punt van de Arlbergpas (1800 meter). In de sneeuwstorm staan we er net zo onbeholpen bij als passanten uit vroegere eeuwen, maar wij hebben het geluk dat de laatste postbus van die dag ons terugbrengt naar St. Anton.

St. Christoph

De volgende dag skiën we van de Galzig opnieuw richting de Arlbergpas, nu naar het net daaronder gelegen St. Christoph. “St. Christoph ist in höherem Maße paradieslich, solange man es nur auf Skiern […] erreichen könnte”, schreef Luis Trenker in 1939. In de winter komen de meeste bezoekers nog steeds op ski’s in dit dorpje, een van de hoogste skioorden in de Alpen (1800 meter), aan. 

St. Christoph ontstond op deze vreemde, afgelegen plek als beschuttingsoord voor reizigers die over de Arlbergpas trokken. In de Middeleeuwen werd de onherbergzame pas meestal gemeden, totdat Heinrich Findelkind in 1386 een gasthuis voor passanten bouwde. Om bouw en exploitatie te bekostigen werd de Bruderschaft St. Christoph opgericht. Prominente leden als Leopold IV van Oostenrijk en paus Innocentius X droegen bij aan de financiering van het gasthuis en de daarbij behorende Bruderschafts-kapel. De opening van de Arlbergspoorlijn maakte in 1884 het gasthuis overbodig.

Door de opkomst van het skitoerisme bloeide St. Christoph echter weer op. In 1901 vestigde de skiclub Arlberg zich in het dorp en werden er de eerste skicursussen en skiwedstrijden gehouden. In 1957 brandde het gasthuiscomplex compleet af. Het gasthuis werd als vijfsterrenhotel herbouwd. De Bruderschaft St. Christoph werd in 1958 in ere hersteld, als internationale organisatie waarvan mensen op uitnodiging en op grond van hun verdienste lid kunnen worden. De Nederlandse inbreng wordt gevormd door prinses Juliana en prins Bernhard. In 1996, bij het 610-jarig bestaan, werd het tienduizendste lid ingewijd.

Lech

Op de laatste dag van de vakantie maken we een uitstapje naar de hoofdplaats van het Tannberg-gebied, Lech. Tegenwoordig is de plaats vooral bekend als royalty-skioord. Prinses Diana verblijft regelmatig in Hotel Arlberg, het Nederlandse koningshuis al sinds jaar en dag in Hotel Gasthof Post. In dit door de familie Moosbrügger gerunde vijfsterrenhotel verblijven Koningin Beatrix en haar gezelschap voor een slordige ƒ 800,- per persoon per nacht. Een kop koffie is er nog wel te betalen.

Terwijl we om vier uur ’s middags wachten op de skibus die ons over de Arlbergpas opnieuw zal terugbrengen naar St. Anton, duiden zenuwachtige mannetjes met walkietalkies op de parkeerplaats van Hotel Gasthof Post op de komst van het koninklijke gezelschap. En inderdaad, even later volgen achter een Opel Frontera met teveel antennes, een Volkswagen Transporter en een BMW met AA-kenteken. Uit het Volkswagen-busje stapt onze koningin met onder haar arm ‘heur’ eigen ski’s. Ze neemt niet de hoofdingang, maar de ernaast gelegen ingang van een juwelier om de koninklijke appartementen te bereiken. De troonopvolger stiefelt achter haar aan. De niet-Nederlanders in ons gezelschap is niet eens opgevallen wat zojuist is gebeurd.

’s Avonds nemen we afscheid van St. Anton in de Mooserwirt, een tot après-ski-gelegenheid omgebouwde boerenschuur die op de piste boven St. Anton ligt. Honderden skipakken doen gezellig met een halve literpul in hun hand. Maar we moeten toegeven: het is ook gewoon gezellig. Totdat we om acht uur ’s avonds, enigszins aangeschoten, over de onverlichte piste naar beneden moeten skiën.

Baraque Fraiture

Na een lange autorit langs de Zwitsers Bodensee en door het Schwarzwald bereiken we via Elzas-Lotharingen de Ardennen. Het avondmaal wordt genuttigd in een frietkot. Op de Baraque Fraiture, één van de hoogste punten van België. In deze omgeving wordt geskied op een ’s avonds verlichte piste. Een surrealistisch gezicht. De eigen ervaringen honderden kilometers achter je, bestelt voor je iemand in een skipak een portie friet.

Stefan Louwers

Literatuur

Karl Baedeker, Sudbayern und die Österreichischen Alpenländer. Handbüch für Reisende (Leipzig 1914).

Christa Bandmann en Joe Hembus, Klassiker des Deutschen Tonfilms 1930-1960 (München 1980).

Ludwig von Hõrmann, Durch den Arlberg. Europäische Wanderbilder 71-72 (Zürich 1884).

David Stewart Hull, Film in the Third Reich. A Study of the German Cinema 1933-1945 (Berkeley en Los Angeles 1969).

Siegfried Kracauer, Von Caligari bis Hitler. Ein Beitrag zur Geschichte des deutschen Films (Hamburg 1958).

Thomas Leeflang, Leni Riefenstahl (Baarn 1991).

Luis Trenker, Berge im Schnee. Das Winterbuch von Luis Trenker (Berlijn 1939).

Josef Wulf, Kultur im Dritten Reich. Theater und Film. Eine Dokumentation (Frankfurt am Main en Berlijn 1989).

Verleden Tijd Schrift 2 (1996) 26-30.

Redactioneel: “Stefan Louwers neemt ons mee naar Oostenrijk en besteed en passant aandacht aan enkele opmerkelijke episodes uit de filmgeschiedenis.”

*Postscriptum “Zur Erinnerung an den unvergeßlichen Niki Fritz, Hotelier aus Stuben am Arlberg und Vizepräsident des WWF-Stiftungsrats, einem unermüdlichen Förderer des Naturschutzes in Vorarlberg, der im Sommer 1995 im 57. Lebensjahr völlig unerwartet verstorben ist.”1

  1. Erhard Kraus, ‘Fischotter-Kartierung Vorarlberg 1995’, Vorarlberger Naturschau 3 (1997) 9. ↩︎